Erfelijke aanleg van gedrag
Wanneer je honden iets wilt leren dan doe je dat binnen
een aantal gedragsmatige grenzen. Een hond wordt namelijk
geboren met een aantal kant-en-klaar liggende gedragingen
die hem helpen bij de overleving. Dit gedrag hoeft niet
te worden geleerd maar als de juiste prikkel wordt
gegeven wikkelt dit gedrag zich als het ware vanzelf af.
We noemen dit het instinct. Hoewel dit instinct erg
nuttig is voor het dier als soort, vormt het een van de
grenzen van wat trainbaar is. Een gedrag dat regelrecht
tegen het instinct indruist is niet aan te leren.
Verschillen in aanleg tussen rassen
Een
belangrijke factor in de snelheid en het gemak waarmee
honden iets leren is de erfelijke aanleg die ze hebben
voor bepaalde gedragingen. Een jarenlange selectie heeft
gezorgd voor een aanleg voor schapen drijven bij de
Border Collie. Deze honden zijn dan ook veel eenvoudiger
het drijven van schapen te leren dan een b.v. een Beagle.
Maar een Border Collie in een meute honden laten meelopen
voor de jacht op een vos is waarschijnlijk heel wat
problematischer dan een groep Beagles voor die meutejacht
inzetten. Een Labrador heeft aanleg om waterwild
onbeschadigd te apporteren. Om dat aan een Jack Russell
Terriër te leren is over het algemeen genomen een heel
ander verhaal. Het terugbrengen zal nog wel aan maar
onbeschadigd?? Deze honden zijn juist gefokt op hun
fanatieke aard om ongedierte (ratten, muizen) op te
ruimen of om een vos uit z'n hol te treken. Ik zeg hier
niet dat het onmogelijk is om tegen de erfelijke aanleg
in een hond iets aan of af te leren, maar om het
voorbeeld van de Border Collie aan te houden: een
opleiding tot meutehond zou wel eens erg lang kunnen
duren. Een gedrag is moeilijk aan te leren als er weinig
aanleg voor aanwezig is. Betekent een aanleg voor een
bepaald gedrag dan dat het gedrag altijd automatisch
vertoond zal worden? Nee! Dat is zeker niet altijd het
geval. Een hond met aanleg om te apporteren zal dat
makkelijk leren, maar het moet wel gestimuleerd worden.
Een hond met aanleg tot veel blaffen zal hier makkelijk
toe overgaan maar het is wel te voorkomen of te remmen.
Dus hoewel erfelijke aanleg voor een gedrag aanwezig moet
zijn om het gedrag te kunnen vertonen, er is ook nog een
bepaalde mate van stimulatie vanuit de omgeving nodig om
het gedrag te tonen. Over het algemeen kun je dus zeggen
dat de snelheid en het gemak waarmee een hond een bepaald
gedrag aan- of afleert sterk afhangt van zijn erfelijke
aanleg voor dat gedrag. Nu de grenzen zijn geschetst
kunnen we ons verder verdiepen in de
leertheorie.