Apen slimmer dan mensen?
Ik speel zelf al weer een tijdje een spelletje op de computer dat de hersenen traint om steeds sneller en beter in geheugen taken te worden. Na flink wat oefening ben ik steeds hoger gaan scoren. Het idee is dat ik hierdoor m’n hersenen train om sneller te denken en effectiever te functioneren. Dit spelletje heet Brain Training van Nintendo.
Nu
worden soortgelijke oefeningen ook met apen gedaan.
Een chimpansee leert dan eerst op een computer
getallen in oplopende volgorde aanraken aangeven.
Als hij dit kan begint de werkelijke taak.
Nadat de getallen heel kort op het scherm te zien
zijn worden ze bedekt. De aap moet ook nu de juiste
volgorde aangeven om een beloning te krijgen.
Gemakkelijk denk je? Mensen scoren in deze taak 40%
goed. De betreffende aap heeft een score van 80%.
Zo krijgt de scheldnaam apenkop wel weer en andere
betekenis. Tetsuro Matsuzawa is onderzoeker aan de
Kyoto Universiteit. Hij doet onderzoek aan leren en
geheugen. In het onderstaande filmpje zie je een
chimp de geheugentaak uitvoeren. Vervolgens zie je
dat mensen er duidelijk meer moeite mee hebben.
Steeds vaker
ontdekken we dat dieren wanneer we goed naar ze
kijken in bepaalde opzichten superieur aan mensen
kunnen presteren. We wisten dat natuurlijk al als
het gaat om lichamelijke eigenschappen zoals
hardlopen, kracht, klimmen, zwemmen enz. Maar op
bepaalde terreinen zijn dieren ons dus ook
geestelijk de baas.
Bron: Newscientist
Agressie in het eten?
De oplossing voor dit probleem is lang niet eenvoudig.
Op zichzelf is er niets mis met agressie. Het is een normaal gedrag binnen sociale groepen. Het is een gedrag wat ingezet kan worden om aanvallers af te schudden, status of belangrijke bronnen te verdedigen. Agressie wordt pas een probleem wanneer een hond agressief gedag vertoont in een situatie waarin dat niet zou moeten. Of wanneer een hond heel vaak agressie vertoont of een overdreven heftige agressieve reactie vertoont.
Een teef die even gromt wanneer een pup heel brutaal toch nog wil drinken terwijl moeder wegloopt communiceert op die manier dat de grens is bereikt en de pup onmiddellijk moet stoppen. Die grom is agressie. Niets mis mee. Wanneer de teef echter de pup zou bijten en verwonden dan is dat een overdreven reactie die niet normaal is. Een hond die agressie vertoont omdat hij wordt geslagen en vreest voor z'n leven is niet zo vreemd. Maar als een hond iedere confrontatie aangaat door agressie te vertonen of wanneer de prikkel voor agressie niet duidelijk is, spreken we van een probleem.
Problemen met agressief gedrag van de hond zijn voor de eigenaar moeilijk op te lossen. Veelal wordt hulp ingeroepen van een hondengedragstherapeut. Door goed te kijken naar de motivatie van de agressie, de directe oorzaak en de situaties waarin het optreed wordt dan een plan voor behandeling opgesteld. Toch blijft het een lastig probleem en het brengt ook risico's met zich mee (afhankelijk van het agressie-probleem voor de eigenaar zelf of voor de omgeving). Meer onderzoek naar de oorzaak en een mogelijke oplossing van agressief gedrag is dan ook zeer welkom.
Simona Re en collega's hebben onderzocht of er iets lichamelijk anders is bij agressieve honden. Ze hebben in het bloed van 18 Duitse herdershonden de hoeveelheid cholestrol, meervoudig onverzadigde vetzuren, en bilirubine gemeten. Uit een aantal andere onderzoeken kwam naar voren dat de hoeveelheid signaalstof in de hersenen (serotonine) die o.a. betrokken is bij agressief gedrag kan worden beïnvloed door de hoeveelheid vetzuren en cholestrol in het bloed.
De 18 agressieve Duitse
herders hebben een lagere concentratie van een
bepaald vetzuur (docosahexaenoic zuur) in hun bloed
dan niet agressieve Duitse herders. De cholesterol
en bilirubine waarde in de agressieve honden is ook
lager terwijl de verhouding tussen omega6/omega-3
vetzuren juist hoger is. Betekent dit nu dat je
agressieve honden op een dieet moeten zetten met
meer cholestrol en meer omega 3 vetzuren? En zijn
deze honden agressief geworden door dat hun dieet
niet goed was? Dit kunnen we helaas niet afleiden
uit dit onderzoek. We weten niet of het dieet de
oorzaak was van het verschil. We weten ook niet of
aanvulling op het dieet het agressief gedrag
vermindert. Uit deze resultaten kunnen we zelfs
niet afleiden of de veranderde bloed waarden nu de
oorzaak zijn van het agressievere gedrag of juist
een gevolg zijn van het agressieve gedrag.
Toch is dit onderzoek wel heel nuttig. Het is
namelijk wel een aanwijzing dat er iets lichamelijk
anders is in de agressieve honden. De informatie is
nog lang niet compleet maar lokt hopelijk wel uit
tot verder onderzoek. In een vervolg onderzoek zou
bijvoorbeeld kunnen bestudeerd of honden die meer
cholesterol en een andere vetzuurverhouding in hun
dieet krijgen minder agressie gaan vertonen.
Kennis over de invloed van dieet op agressief
gedrag zou de mogelijkheden om de probleem op te
lossen wellicht kunnen ondersteunen
Bron:
Aggressive dogs are characterized by low omega-3
polyunsaturated fatty acid status
Vet Res Commun. 2007 Sep 19
Simona Re, Marco Zanoletti & Enzo Emanuele
Gedragstesten
Gedragstesten kunnen worden gebruikt om een meer inzicht te krijgen in het gedrag van mens of dier. Vaak zijn die testen heel specifiek gericht op een bepaalde situatie of een bepaald gedrag. Zo onderwerpen bepaalde bedrijven sollicitanten aan een test om te zien of ze een goed oplossend vermogen hebben, goed kunnen verkopen of de sociale vaardigheden op de proef stellen. Vaak worden mensen dan in een situatie gebracht die lijkt op een situatie die ze later zouden kunnen meemaken in het werk. Soms wordt hierbij zelfs met acteurs gewerkt die het spel meespelen.
Ook bij honden worden soms gedragstest afgenomen. Voor honden in een opleiding voor blindengeleidehond terecht komen wil men namelijk al de ongeschikte dieren uitsluiten. Een opleiding is duur en het is zinloos een hond die op enkele belangrijke gebieden niet voldoend presteert op te leiden. Ook zijn er tests om inzicht te kunnen krijgen over de mate van agressie van een hond en een voorspelling te kunnen doen over kans dat de hond zal gaan bijten. In die test wordt de hond in verschillende situaties gebracht die al dan niet agressief gedrag opwekken. Uiteindelijk kan zo een inschatting worden gemaakt van de kans dat de hond ook in het echt (op straat of in huis) agressie zal vertonen. De situaties waarin en hond wordt gebracht om te testen of hij agressief gedrag vertoont moeten vaak lijken op een situatie die de hond in het echt kan tegenkomen.
Maar hoe doe je dat als je wilt testen of een hond een klein kind wil bijten? Er zullen maar weinig ouder staan te springen bij het idee hun kind ter beschikking te stellen. Er wordt daarom met poppen gewerkt. Zo'n pop wordt dan als "nep" kind ingezet om het gedrag van de hond te kunnen testen. De vraag is wel of honden die kinderen zouden bijten dit ook in de pop doen. Of is deze situatie zo anders dat veel van de honden die op straat een kind zouden bijten de pop links laten liggen? In dat laatste geval vertelt de test niets over het gedrag en is de test waardeloos.
Tracy L. Kroll en collega's van de Cornell Universiteit in New York hebben onderzocht of een baby pop of een nep hand voorspellende waarde hebben in een gedragtest voor honden. 88% van de honden die agressief reageerde op de pop hadden al in het verleden agressie naar kinderen vertoond. 12% had in het verleden niet agressief naar kinderen geweest maar reageert dus wel op de pop. Zijn dit tikkende tijdbommen of is zijn dit de honden die heel goed doorhebben dat het hier om een pop gaat en daardoor agressief worden?
Van de honden waarvan het bekend was dat ze agressie vertoonde tegen kinderen reageerde 13 honden (21%) normaal op de pop en 9 honden (14%) waren wel angstig maar vertoonde geen agressie. Dit wil zegen dat de test dus soms als uitslag heeft dat de hond niet agressief reageert op de pop maar in het "echt" wel agressie naar kindneren zal vertonen.
Het is dus niet waterdicht . Maar geen enkele test is dat. Dit betekent voor de praktijk dat testen, interpretatie van testen en de gevolgen die je aan een test uitslag moet verbinden een kwestie zal blijven van inschatten van risico's, goed blijven kijken naar wat je in de test ziet maar vooral van het gezond verstand gebruiken!
Ovariëctomie (sterilisatie)
Ovariëctomie (sterilisatie) verhoogt gedragsmatige reactiviteit van Duitseherders honden
Ovariëctomie (vaak Sterilisatie of castratie van de teef genoemd) is een veel uitgevoerde operatie. De meest voorkomende reden hiervoor is vaak het voorkomen van ongewenste zwangerschap. De operatie is natuurlijk niet helemaal zonder bijwerkingen. Een aantal ongewenste bijwerkingen wordt gerapporteerd; gewichtstoename, meer eten, problemen met de vacht, en incontinentie. Over gedragsveranderingen ten gevolge van castratie bij teven is vreemd genoeg nog niet zoveel geschreven. Er zijn een aantal studies bekend die melden dat er meer kans op agressie is naar de gezinsleden toe na ovariëctomie. Maar dit alleen als de honden al wat agressie vertoonde in het eerste levensjaar. ook zijn gevallen beschrijven van teven die een verhoogde algemene activiteit vertonen. In een studie uitgevoerd door Hyeon H. Kim et al. is onderzocht wat het effect is van castratie van de teef op de reactiviteit van 14 Duitse herdershonden (7 gecastreerde en 7 intacte honden).
De honden werden blootgesteld aan twee prikkels die de reactiviteit konden opwekken. Benadering van een onbekende persoon en benadering van een onbekende hond. Het gedrag van de honden werd vervolgens geobserveerd. Er werd daarbij een indeling gemaakt in 5 categorieën: 0 = aandachtig of geen reactie 1 = defensieve of milde reactiviteit 2 = middelmatige reactiviteit 3 = heftige reactiviteit. Gecastreerde teven bleken in dit onderzoek reactiever dan intacte dieren. Duitseherders honden die ovariëctomie hebben ondergaan (maar wellicht geld dit ook wel voor andere rassen) tussen de 5 en 10 maanden oud vertonen een verhoogde reactiviteit dan intacte dieren in dezelfde leeftijdsgroep.
Bron:
Effects of ovariohysterectomy on reactivity in German Shepherd dogs
Hyeon H. Kim, Seong C. Yeon, Katherine A. Houpt, Hee C. Lee, Hong H. Chang, Hyo J. Lee
The Veterinary Journal 172 (2006) 154–159
Meer informatie over ovariëctomie bij de teef kun je hier vinden.
of op de site van DAP Breukelen
Voedselvoorkeur bij honden wordt beïnvloed door sociale contacten
Nu is dit fenomeen niet uniek. Ook ratten vertonen soortgelijk gedrag. door aan de bek van een andere rat te ruiken weten welk voedsel hun soortgenoot gegeten heeft en dus veilig gegeten kan worden. Dit gedrag is niet nuttig voor echte carnivoren zoals tijgers of wolven. Deze dieren eten min of meer altijd het zelfde; vlees. Maar voor omnivoren is de keuze in voedsel veel gevarieerder. Dus is een richtlijn in wat veilig is en wat niet wel zo handig. Ratten kunnen zelfs aan de hand van menselijke adem een voorkeur voor een bepaald voedsel ontwikkelen (Galef 2005). Niet zo gek natuurlijk voor een dier wat al zo lang in de nabijheid van mensen leeft en veelal het (rest) voedsel van mensen eet. Dit is tevens nog een overeenkomst tussen rattenen honden. Ook honden leven al zeer lang bij mensen en hebben al die tijd hun voedsel gewoonten aangepast aan wat er in de nabijheid van vroege nederzettingen van mensen te vinden was (Coppinger and Coppinger, 2001). Het is niet onderzocht in dit artikel maar het zou best eens kunnen dat honden ook een voorkeur voor voedsel kunnen ontwikkelen door menselijke adem te ruiken na de maaltijd.
Bron:
Behavioural Processes 74 (2007) 104–106
Dogs acquire food preferences from interacting with recently fed conspecifics
Gwen Lupfer-Johnson, Julie Ross
Wolves evolve into dogs. In: Coppinger,R., Coppinger, L. (Eds.), Dogs: A Startling New Understanding of Canine Origin, Behavior and Evolution. Scribner, New York, NY, pp. 39–67.
Coppinger, R., Coppinger, L., 2001.
Social learning. In: Whishaw, I., Kolb, B. (Eds.), The Behavior of the Laboratory Rat: A Handbook with Tests. Oxford University Press, New York, NY, USA, pp. 363–370.
Galef Jr., B.G., 2005.
Kunnen honden tellen?
Bron:
Quantity-based judgments in the domestic dog (Canis lupus familiaris)
CamilleWard And Barbara B. Smuts
Anim Cogn (2007) 10:71–80
His masters voice…..and face?
Bron:
Ikuma Adachi, Hiroko Kuwahata and Kazuo Fujita
Dogs recall their owner’s face upon hearing the owner’s voice
Anim Cogn (2007) 10: 17–21
Click de Mopshond
het Frankie, een mopshond ( en haar trainster Ellen) vergaat tijdens
diverse clickertraining sessies. De verhalen zijn wel in het engels.
Clickin' the Pug
Angst en extinctie. Wanneer is training effectief?
Om problemen die hierdoor ontstaan weer te verhelpen zal in eerste instantie de angst die de hond heeft voor een bepaalde situatie moeten worden verminderd of weggenomen. In veel gevallen is extinctie (uitdoving) training de aangewezen mannier om de hond van deze angst af te helpen zodat vervolgens weer aan een acceptabel gedrag in de gegeven situaties gewerkt kan worden. Extinctie training is het aanbieden van de prikkel waar de hond bang voor is zonder dat hier vervolgens een vervelend gevolg aan zit. De hond leert nu iets nieuws, namelijk: de prikkel voorspelt dat er niets vervelends gaat gebeuren (in tegenstelling tot wat hij tot nu toe geleerd had). Het is dus niet zo dat de hond vergeet wat hij vroeger heeft geleerd, maar er vindt een nieuw leerproces plaats, waarin de hond leert dat de prikkel niets vervelends meer oplevert. Dit is dus iets heel anders dan vergeten. Hoe pakje dit nu aan? In het voorbeeld zou je (op afstand) veel zwarte honden langs de geschrokken hond kunnen laten lopen zonder dat de geschrokken hond echt angstig wordt. Wanneer dit maar vaak genoeg gebeurt (en de afstand met de zwarte honden wordt langzaam kleiner) dan wordt de reactie op zwarte honden steeds minder heftig en de angst steeds minder. Maar dit heeft wel een aantal haken en ogen. Een daarvan is het tijdstip waarop je begint met de extinctie trainingen. Moet je dat zo snel mogelijk na de stressvolle gebeurtenis doen of juist niet? In een onderzoek bij ratten is gebleken dat extinctie meteen na de stressvolle gebeurtenis niet erg effectief is. Veel beter is het om 24 uur te wachten alvorens te beginnen met de extinctie training. Na verder onderzoek bleek dat het niet zozeer de tijd was die hier een belangrijke rol speelde maar vooral de mate van stress ten tijde van de extinctie training. Wanneer dieren gestressed waren vlak voor de extinctie training dan was dit veel minder effectief. Extinctie training werkt dus beter waneer het dier niet gestressed is. Het succes van een extinctie training hangt dus in hoge mate af van de voorbereiding om de hond ontspannen te kunnen krijgen. Bij het niet slagen of zeer langzaam verloop van de training is het dus raadzaam eens goed te kijken naar de hoeveelheid opwinding die de training of de omgeving opwekt.
Bron: Recent fear is resistant to
extinction.
Maren S, Chang CH, Proc Natl Acad Sci U S A. 2006
Nov 7; [Epub ahead of print]
Literatuur: Honden sneller laten leren.
P.J. Reid (Heel geschikt als je meer wilt weten
over leerprincipes)
Mijn hond beet me zomaar uit het niets!
Geweldig dat YouTube. Je vind er de meest waanzinnige filmpjes.
Ik vond het volgende filmpje met de zoektermen dog and play.
Leuk spelletje of zijn mensen gek? Oordeel zelf:
link naar YouTube
De Jackpot voor goed gedrag
beloning die een hond krijgt nadat hij uitzonderlijk goed heeft
gepresteerd. Op de OC-Asist-Dogs lijst vroeg een van de leden zich af
of dit nu wel extra informatie is voor je hond.
Het merendeel van de lijst vond van niet. De algemene gedachte was dat
een jackpot de eigenaar een goed gevoel gaf maar het verloop van de
training juist stoort. Omdat de aandacht van de hond juist verlegd
wordt naar het voer en niet meer gericht is op de te leren taak.
Over het algemeen is juist helderheid en voorspelbaarheid en een hoge
mate van positieve bekrachtiging van belang voor het trainen van een
solide gedrag.
Mee eens? Of niet mee eens? Reageer maar eens en geef jou visie.
Minder stress bij honden door menselijk contact?
Deze vraag stelde onderzoekers van de Colorado
State University zich. Zij namen de proef op de
som. Een groep honden kreeg 3 dagen na aankomst in
het asiel 45 minuten contact met een verzorger. Er
werden dan een aantal gehoorzaamheids oefeningen
gedaan, de vacht werd verzorgd en de hond werd
geaaid. Een andere groep honden ontving deze
behandeling niet. Honden die contact konden maken
met mensen hadden minder hoge stresshormoon
(cortisol) niveaus in hun speeksel dan honden die
geen contact met mensen konden maken. Dit was niet
afhankelijk van het ras of de leeftijd of sexe van
de hond. 45 minuten contact kan dus veel verschil
maken voor het welzijn van de hond in een asiel.
Deze 45 minuten “contact” tijd kan ook nog eens
goed worden gebruikt om het temperament van de hond
vast te stellen om een goed passend adoptie adres
te vinden.
Bron:
Human interaction and cortisol: Can human contact
reduce for shelter dogs?
Crista L. Coppola, Temple Grandin, R. Mark Enns
Physiology & Behavior 87 (2006) 537 – 541
Vroeger toen Lassie er nog was...
wanneer hun baasje in de problemen zit. Wanneer Lassie in de buurt was
werd snel hulp gehaald. Later begon de twijfel over het
waarheidgehalte van deze series de overhand te krijgen ( nu twijfel ik
zelfs aan Scooby Doo en de Honderd en een Dalmatiërs). Dergelijke
twijfel moet ook de drijfveer voor twee onderzoekers geweest zijn. Ze
hebben getest of honden hulp gaan zoeken wanneer hun eigenaar iets
overkomt. In een aantal gevallen deed de eigenaar alsof ie een
hartaanval kreeg en in andere gevallen werd een ongeluk in scène gezet
waarbij de eigenaar onder een boekenkast terecht kwam. Steeds waren in
de omgeving voorbijgangers te vinden. De vraag was nu: gaan honden
hulp zoeken voor hun baasjes. Het antwoord is hard en koud: Nee. Ofwel
de honden begrepen niet dat het om een ernstige situatie ging of ze
begrepen niet hoe ze hulp moesten halen maar het resultaat was in
ieder geval dat de honden geen hulp haalde.

Het zag er altijd zo leuk uit bij Lassie, dat ie begreep dat z'n baasje onder schot werd
gehouden en dat ie dan meteen hulp ging halen. Wat ook zo knap was:
die hulp begreep meteen dat het vervelende geblaf en zenuwachtig op en
neer gespring van Lassie betekende: kom mee m'n baasje wordt in een
oude hut op de berg onder schot gehouden door 3 gewapende mannen. Neem
je geweer mee en volg me!
Bron: Do Dogs (Canis familiaris) Seek Help in an Emergency?
By Macpherson K. en Roberts WA.
Wie steunt een hond met stress bij onweer?
worden ze al zenuwachtig en wanneer het onweer losbast raken ze
compleet in paniek. Een heel vervelend probleem voor in de eerste
plaats de hond zelf maar ook voor de eigenaar. Waar komt deze angst
vandaan wat kun je er aan doen en wat moet je doen. Soms wordt beweerd
dat het allemaal de schuld van de eigenaar is. Door de hond maar te
troosten wanneer hij schrikt van de donder wordt het angstgedrag
beloond en ontstaat een geconditioneerde angst die vervolgens weer
wordt versterkt door het troosten van de hond tijdens het onweer. Maar
wat moet je dan? Je hond is doodsbang en jij als roedelleider bent dan
niet beschikbaar? Je geeft niet thuis, bang om angst te belonen? En als
ie dan toch bang blijft? Moeilijk.
Omdat lang niet alle vragen hierover zo eenvoudig te beantwoorden zijn
is het goed dat er een onderzoek naar dit onderwerp is gedaan door
Nancy A. Dreschel en Douglas A. Granger. Zij onderzochten honden met
angst voor onweer en hun eigenaar. Hond en eigenaar kregen
geluidsopnamen van onweer te horen op een hoog volume. Het gedrag van
de honden en de eigenaar werd bestudeerd en er werd cortisol
(stresshormoon) gemeten in het speeksel van beiden. In enkele gevallen
ging het om een situatie met meerdere honden per huishouden waarvan er
een angstig was voor onweer. De eigenaren hadden allemaal zo hun
eigen manier van reageren op hun angstige hond. De een negeerde z'n
hond voornamelijk de ander praatte veel tegen de hond. Een aantal mensen
aaide de hond regelmatig of probeerde de hond bij zich te houden
terwijl ze op de grond zaten.
Alle honden die angst voor onweer hadden lieten dit gedragsmatig ook
zien. Hijgen, trillen, janken, heen en weer lopen, heel dicht bij de
eigenaar blijven, enz. De honden die angstig waren voor onweer lieten
ook een verhoogde afgifte van cortisol zien. De cortisol niveaus van
de eigenaar van deze honden bleef gelijk. Het maakte niet uit hoe de
eigenaar reageerde op de hond. Of hij nu aaide, negeerde of tegen hem
praatte het had geen effect op de cortisol niveaus van de hond.
Het angstige gedrag van de honden had dus geen effect op de
hoeveelheid stresshormoon van de eigenaar. Het gedrag van de eigenaar
had dus ook geen invloed op het cortisol niveau van de hond. Wat wel
opviel was dat de honden uit een huishouden met meerdere honden minder
verhoging van stresshormoon vertoonden dan honden uit een huishouden
met maar een hond. De aanwezigheid van een andere (niet angstige)
hond heeft dus blijkbaar meer invloed op het gehalte stresshormoon dan het gedrag van de eigenaar.
Hoewel we in de relatie mens-hond de rol van de mens als roedelleider als
heel belangrijk zien en de invloed van de eigenaar heel vaak als
essentieel voor het ontstaan en voortbestaan van bepaald gedrag
beschouwen, lijkt het er op dat de rol van een andere hond in een
huishouden in situaties van extreme angst wel eens belangrijker zou
kunnen zijn. Dit inzicht zou wel eens een andere invalshoek voor het
oplossen van aan angst gerelateerde problemen kunnen bieden.
Het onderzoek zou nog moeten worden uitgebeid en met grotere aantallen honden moeten worden opgezet om meer inzicht te kunnen krijgen in de
effecten van de eigenaar op de hond en honden op elkaar, maar dit is
toch wel stof tot nadenken.
Bron: Physiological and behavioral reactivity to stress
in thunderstorm-phobic dogs and their caregivers
Nancy A. Dreschel and Douglas A. Granger
Applied Animal Behaviour Science 95 (2005) 153–168
Dementie bij de hond met Hills Pet Nutrition voer behandeld
Nieuwe sociale leermethode voor honden: Model-rival
Zou deze methode ook
bij honden kunnen werken?
Dit vroegen de onderzoekers Sue McKinley en Robbert
J. Young zich af. Ze onderzochten of ze honden
konden leren een sorteer taak uit te voeren door
gebruik te maken van deze methode. Een groep honden
werd getraind met behulp van operante
conditionering (voer beloningen). De andere groep
werd getraind met behulp van de model-rival
methode. De honden werd geleerd om uit drie
voorwerpen het gevraagde voorwerp te selecteren.
Beide methodes bleken even effectief. De honden
waren dus prima instaat om te leren van de
leerling/leeraar die elkaar de voorwerpen op
enthousiaste manier aanboden en bespraken.
Een voorbeeld van een dialoog tussen
leeraar/leerling in de model rival methode:
leeraar: “kun je deze Socks zien?” Trainer geeft
het voorwerp aan de leerling leerling: “Ja bedankt
voor de mooie Socks” leeraar: “kun je me de Socks
even aangeven?” enz.
(De Socks is in dit geval een voorwerp wat de
naam Socks gekregen heeft om verwarring me al
bekende namen te voorkomen.)
Een groot verschil met het aanleren van deze taak
de model-rival methode is dat de voorwerpen niet
met voer geassocieerd worden maar dat de honden de
voorwerpen alleen met de gegeven naam associëren.
Ik ben wel heel erg benieuwd of we hier in de
training op de hondenschool ook gebruik van kunnen
maken en wat de resultaten zullen zijn!
Bron:
The efficacy of the model-rival method when
compared with operant conditioning for training
domestic dogs to perform a retrival-selection task.
Sue Mckinley, Robert J. Young in: Applied animal
behaviour science
Erfelijkheid van agressief gedrag bij de Golden Retriever

Allereerst werd
doormiddel van uitgebreid onderzoek naar de
stambomen vastgesteld dat de agressie die deze
honden vertoonde ook in andere dieren van de zelfde
foklijn voorkwam. De kans was dus groot dat een
agressieve Golden die mee deed in het onderzoek
naaste familie had die ook agressief gedrag
vertoonde. Deze agressie bleek dus in hoge mate
erfelijk te zijn. Doordat de honden uit het
onderzoek allemaal tot het zelfde ras behoren
lijken de verschillende honden erfelijk gezien erg
veel op elkaar. Er zijn minder verschillen tussen
twee Golden Retrievers dan tussen een Golden en
b.v. een Boxer. De erfelijke verschillen tussen een
agressieve en niet agressieve Golden die met
agressie te maken hebben zijn dus eenvoudiger te
onderscheiden van andere verschillen dan wanneer je
verschillende rassen zou onderzoeken.
In het onderzoek is gezocht naar mutaties in genen
van het serotonine systeem. In dit systeem speelt
de neurotransmitter (signaalstof waarmee
zenuwcellen met elkaar communiceren) serotonine een
centrale rol. Serotonine is een neurotransmitter
die betrokken is bij de gemoedstoestand van mens en
dier. Wanneer mensen depressief zijn is dat
hoogstwaarschijnlijk te wijten aan een verstoring
van het serotonine systeem. Medicijnen die bij
depressie worden voorgeschreven hebben dan ook hun
effect op dit systeem. Een aantal wetenschappelijke
publicaties laten zien dat het serotonine systeem
ook betrokken is bij agressie bij honden. Er zijn 3
genen uit dit serotonine systeem onderzocht op hun
rol bij erfelijke agressie bij de Golden.
Uit het onderzoek blijkt dat de genen van het
serotonine systeem van agressieve en niet
agressieve Goldens niet essentieel verschillen. Dit
lijkt misschien wat teleurstellend. Maar in de
wetenschap is dit nu eenmaal een risico. Je hebt
een bepaalde vraag, je denkt na over een mogelijk
antwoord en je test dit antwoord doormiddel van een
aantal experimenten. Vervolgens is de vraag
beantwoordt. Natuurlijk is het voor de
onderzoekster prettiger als het antwoord
overeenkomt met de eerdere vermoedens. Toch is dit
onderzoek van grote waarde. De methoden die in dit
onderzoek zijn ontwikkeld en opgezet kunnen
gebruikt worden voor eventueel vervolg onderzoek.
Meer informatie over het golden project kun je
nalezen op de site van Prof. Dr. Bernard A. van Oost
Bron:
Genetics of aggressive behaviour in Golden
Retriever dogs
Linda van den Berg, 2006
ISBN-10:90-393-4227-x
Zeg het met bloemen
Hebben honden baat bij
geurtherapie? Een hond gebruikt veelvuldig z'n
neus.
Geuren leveren dan ook een enorme bron van
informatie voor de
hond. Geuren, kun je rustig stellen, zijn erg
belangrijk voor de hond.
Er wordt van dit idee al langer gebruik gemaakt bij
het oplossen van
probleemgedrag. Honden die onrustig zijn als ze
alleen thuis moet
blijven worden door de geur van feromonen (de geur
die een moeder
hond afscheidt ) kalmer, zodat ze beter tegen het
alleen zijn kunnen.
Lynne Graham heeft onderzocht of het gedrag van
honden in een asiel te
beïnvloeden is door de geur in het asiel. Ze heeft
5 geuren
onderzocht; de "normale" asiel geur, lavendel,
kamille, rozemarijn en
pepermunt geur. Het resultaat was dat honden minder
blaften en minder
bewogen wanneer het verblijf naar lavendel of
kamille ruikt. De geur
van pepermunt en rozemarijn zorgt voor meer
beweging en meer geblaf.
Niet alleen voor de verzorgers zou het dus prettig
zijn om de
"normale" asielgeur te verdringen met lavendel, ook
de honden lijken
dit zeer op prijs te stellen.
The influence of olfactory
stimulation on the behaviour of dogs housed in a
rescue shelter
Lynne Graham, Deborah L. Wells*, Peter G.
Hepper
De lachende hond
Het geluid waar het om gaat werd tot nu toe helemaal niet als een echt communicatie signaal gezien. Het is een lang, luid, hijgend geluid. Voor de ongetrainde luisteraar lijkt het op gewoon hijgen. Maar wanneer er goed wordt geluisterd en gekeken naar het frequentie profiel van het geluid blijkt het een breder frequentie bereik te hebben.
Het bovenste
geluidsgolven patroon is van een "lachende" hond
die aan het spelen is, het onderste patroon is van
"gewoon" hijgen
De onderzoekers denken dat dit als lachen kan
worden opgevat. Wanneer een opname van dit geluid
wordt afgespeeld in een drukke, rumoerige kennel
worden de honden binnen de kortste keren stil. Een
aantal honden reageren op het geluid door een
speeltje op te pakken en daar mee rond te lopen.
Bij ratten is al langer bekend dat ze tjirpende
geluiden maken wanneer ze iets prettigs verwachten.
Of dit geluid bij honden gelijk is aan lachen zoals
wij dat kennen is nog niet helemaal duidelijk. Meer
onderzoek zal nodig zijn om dat echt vast te
stellen.
Onderzoek als dit levert een bijdrage aan het in
kaart brengen van het gedrag en communicatie
systemen van de hond (van dieren in het algemeen)
En wees eerlijk, het is toch wel lachen met die
honden…..
Bron: Simonet, O., M. Murphy, and A. Lance.
2001. Laughing dog: vocalizations of domestic dogs
during play encounters. Animal Behavior Society
conference. July 14-18. Corvallis, Oregon.
Karen Pryor’s Clickertraining artikelen
Een aantal artikelen van Karen Pryor over clicker training zij nu te downloaden onder de naam Click to win. Alle artikelen bij elkaar kosten 14,99 dollar. De artikelen zijn ook los te bestellen. De artikelen gaan over het showen van honden en het beste er uit halen wat er in zit met behulp van de clicker.
Je kunt het downloaden van de link hieronder:
Clicker Training Store > Karen Pryor’s Clickertraining.com