Honden Nieuws

Gedragstesten

Kinderpoppen in gedragtesten

Gedragstesten kunnen worden gebruikt om een meer inzicht te krijgen in het gedrag van mens of dier. Vaak zijn die testen heel specifiek gericht op een bepaalde situatie of een bepaald gedrag. Zo onderwerpen bepaalde bedrijven sollicitanten aan een test om te zien of ze een goed oplossend vermogen hebben, goed kunnen verkopen of de sociale vaardigheden op de proef stellen. Vaak worden mensen dan in een situatie gebracht die lijkt op een situatie die ze later zouden kunnen meemaken in het werk. Soms wordt hierbij zelfs met acteurs gewerkt die het spel meespelen.

Ook bij honden worden soms gedragstest afgenomen. Voor honden in een opleiding voor blindengeleidehond terecht komen wil men namelijk al de ongeschikte dieren uitsluiten. Een opleiding is duur en het is zinloos een hond die op enkele belangrijke gebieden niet voldoend presteert op te leiden. Ook zijn er tests om inzicht te kunnen krijgen over de mate van agressie van een hond en een voorspelling te kunnen doen over kans dat de hond zal gaan bijten. In die test wordt de hond in verschillende situaties gebracht die al dan niet agressief gedrag opwekken. Uiteindelijk kan zo een inschatting worden gemaakt van de kans dat de hond ook in het echt (op straat of in huis) agressie zal vertonen. De situaties waarin en hond wordt gebracht om te testen of hij agressief gedrag vertoont moeten vaak lijken op een situatie die de hond in het echt kan tegenkomen.

Maar hoe doe je dat als je wilt testen of een hond een klein kind wil bijten? Er zullen maar weinig ouder staan te springen bij het idee hun kind ter beschikking te stellen. Er wordt daarom met poppen gewerkt. Zo'n pop wordt dan als "nep" kind ingezet om het gedrag van de hond te kunnen testen. De vraag is wel of honden die kinderen zouden bijten dit ook in de pop doen. Of is deze situatie zo anders dat veel van de honden die op straat een kind zouden bijten de pop links laten liggen? In dat laatste geval vertelt de test niets over het gedrag en is de test waardeloos.

Tracy L. Kroll en collega's van de Cornell Universiteit in New York hebben onderzocht of een baby pop of een nep hand voorspellende waarde hebben in een gedragtest voor honden. 88% van de honden die agressief reageerde op de pop hadden al in het verleden agressie naar kinderen vertoond. 12% had in het verleden niet agressief naar kinderen geweest maar reageert dus wel op de pop. Zijn dit tikkende tijdbommen of is zijn dit de honden die heel goed doorhebben dat het hier om een pop gaat en daardoor agressief worden?

Van de honden waarvan het bekend was dat ze agressie vertoonde tegen kinderen reageerde 13 honden (21%) normaal op de pop en 9 honden (14%) waren wel angstig maar vertoonde geen agressie. Dit wil zegen dat de test dus soms als uitslag heeft dat de hond niet agressief reageert op de pop maar in het "echt" wel agressie naar kindneren zal vertonen.

Het is dus niet waterdicht . Maar geen enkele test is dat. Dit betekent voor de praktijk dat testen, interpretatie van testen en de gevolgen die je aan een test uitslag moet verbinden een kwestie zal blijven van inschatten van risico's, goed blijven kijken naar wat je in de test ziet maar vooral van het gezond verstand gebruiken!
|

Kinderen met angst voor honden

Angst voor honden is een veel voorkomende angst die veelal leidt tot
vermijding van situaties. Angst dat een hond je plotseling kan
bespringen of kan bijten leidt tot angst wanneer een hond je pad
kruist. In bepaalde gevallen is het onduidelijk waarom je er bang voor
bent, je bent het gewoon. De een heeft al zijn hele leven last van de
hondenfobie, bij de ander ontstaat het in een latere levensfase.

IPZO verzorgt trainingen voor mensen die via klinisch effectieve
methoden aan hun angst voor honden willen werken. In samenwerking met
de Universiteit van Londen en de Radboud Universiteit Nijmegen heeft
IPZO toegankelijke en effectieve trainingen ontwikkeld speciaal voor
angstklachten.

Bron: IPZO website

Meer informatie over angst (bij kinderen) en hoe hier mee om te gaan
is te vinden op opvoedadvies.nl
|

Angst en extinctie. Wanneer is training effectief?

Wanneer honden ergens van schrikken kan dit vervelende gevolgen hebben voor hun gedrag als ze weer in die zelfde situatie terecht komen. Ze kunnen dan gestressed of angstig worden, met alle gevolgen van dien. Het kan zelfs gebeuren dat honden angstig worden in situaties die alleen maar lijken op de situatie waar ze aanvankelijk van geschrokken zijn. Een voorbeeld hiervan (maar er zijn talloze andere voorbeelden te bedenken) is een hond die gebeten word door een zwarte labrador en vervolgens bang wordt voor alle zwarte honden of alle grote honden of misschien zelfs wel alle honden. Dit alles hangt af van de mate van angst, hoe vaak een vervelende ervaring wordt opgedaan, de leeftijd waarop deze ervaring zich voordoet, enz. Er kunnen verschillende probleemgedragingen hieruit voortvloeien, zoals vluchtgedrag (buiten de controle van de eigenaar om) of agressie naar andere honden. De angstreactie die wordt opgewekt door deze prikkels (de zwarte hond) is dus eigenlijk voor een groot deel door conditionering ontstaan. De hond heeft deze prikkels verbonden met de stressvolle, angstopwekkende gebeurtenis.
Om problemen die hierdoor ontstaan weer te verhelpen zal in eerste instantie de angst die de hond heeft voor een bepaalde situatie moeten worden verminderd of weggenomen. In veel gevallen is extinctie (uitdoving) training de aangewezen mannier om de hond van deze angst af te helpen zodat vervolgens weer aan een acceptabel gedrag in de gegeven situaties gewerkt kan worden. Extinctie training is het aanbieden van de prikkel waar de hond bang voor is zonder dat hier vervolgens een vervelend gevolg aan zit. De hond leert nu iets nieuws, namelijk: de prikkel voorspelt dat er niets vervelends gaat gebeuren (in tegenstelling tot wat hij tot nu toe geleerd had). Het is dus niet zo dat de hond vergeet wat hij vroeger heeft geleerd, maar er vindt een nieuw leerproces plaats, waarin de hond leert dat de prikkel niets vervelends meer oplevert. Dit is dus iets heel anders dan vergeten. Hoe pakje dit nu aan? In het voorbeeld zou je (op afstand) veel zwarte honden langs de geschrokken hond kunnen laten lopen zonder dat de geschrokken hond echt angstig wordt. Wanneer dit maar vaak genoeg gebeurt (en de afstand met de zwarte honden wordt langzaam kleiner) dan wordt de reactie op zwarte honden steeds minder heftig en de angst steeds minder. Maar dit heeft wel een aantal haken en ogen. Een daarvan is het tijdstip waarop je begint met de extinctie trainingen. Moet je dat zo snel mogelijk na de stressvolle gebeurtenis doen of juist niet? In een onderzoek bij ratten is gebleken dat extinctie meteen na de stressvolle gebeurtenis niet erg effectief is. Veel beter is het om 24 uur te wachten alvorens te beginnen met de extinctie training. Na verder onderzoek bleek dat het niet zozeer de tijd was die hier een belangrijke rol speelde maar vooral de mate van stress ten tijde van de extinctie training. Wanneer dieren gestressed waren vlak voor de extinctie training dan was dit veel minder effectief. Extinctie training werkt dus beter waneer het dier niet gestressed is. Het succes van een extinctie training hangt dus in hoge mate af van de voorbereiding om de hond ontspannen te kunnen krijgen. Bij het niet slagen of zeer langzaam verloop van de training is het dus raadzaam eens goed te kijken naar de hoeveelheid opwinding die de training of de omgeving opwekt.

hond_op_trap

Bron: Recent fear is resistant to extinction.
Maren S, Chang CH, Proc Natl Acad Sci U S A. 2006 Nov 7; [Epub ahead of print]

Literatuur: Honden sneller laten leren. P.J. Reid (Heel geschikt als je meer wilt weten over leerprincipes)

|

Wie steunt een hond met stress bij onweer?

Sommige honden zijn erg bang voor onweer. Wanneer het weer verandert
worden ze al zenuwachtig en wanneer het onweer losbast raken ze
compleet in paniek. Een heel vervelend probleem voor in de eerste
plaats de hond zelf maar ook voor de eigenaar. Waar komt deze angst
vandaan wat kun je er aan doen en wat moet je doen. Soms wordt beweerd
dat het allemaal de schuld van de eigenaar is. Door de hond maar te
troosten wanneer hij schrikt van de donder wordt het angstgedrag
beloond en ontstaat een geconditioneerde angst die vervolgens weer
wordt versterkt door het troosten van de hond tijdens het onweer. Maar
wat moet je dan? Je hond is doodsbang en jij als roedelleider bent dan
niet beschikbaar? Je geeft niet thuis, bang om angst te belonen? En als
ie dan toch bang blijft? Moeilijk.


hond-en-onweer


Omdat lang niet alle vragen hierover zo eenvoudig te beantwoorden zijn
is het goed dat er een onderzoek naar dit onderwerp is gedaan door
Nancy A. Dreschel en Douglas A. Granger. Zij onderzochten honden met
angst voor onweer en hun eigenaar. Hond en eigenaar kregen
geluidsopnamen van onweer te horen op een hoog volume. Het gedrag van
de honden en de eigenaar werd bestudeerd en er werd cortisol
(stresshormoon) gemeten in het speeksel van beiden. In enkele gevallen
ging het om een situatie met meerdere honden per huishouden waarvan er
een angstig was voor onweer. De eigenaren hadden allemaal zo hun
eigen manier van reageren op hun angstige hond. De een negeerde z'n
hond voornamelijk de ander praatte veel tegen de hond. Een aantal mensen
aaide de hond regelmatig of probeerde de hond bij zich te houden
terwijl ze op de grond zaten.

Alle honden die angst voor onweer hadden lieten dit gedragsmatig ook
zien. Hijgen, trillen, janken, heen en weer lopen, heel dicht bij de
eigenaar blijven, enz. De honden die angstig waren voor onweer lieten
ook een verhoogde afgifte van cortisol zien. De cortisol niveaus van
de eigenaar van deze honden bleef gelijk. Het maakte niet uit hoe de
eigenaar reageerde op de hond. Of hij nu aaide, negeerde of tegen hem
praatte het had geen effect op de cortisol niveaus van de hond.

Het angstige gedrag van de honden had dus geen effect op de
hoeveelheid stresshormoon van de eigenaar. Het gedrag van de eigenaar
had dus ook geen invloed op het cortisol niveau van de hond. Wat wel
opviel was dat de honden uit een huishouden met meerdere honden minder
verhoging van stresshormoon vertoonden dan honden uit een huishouden
met maar een hond. De aanwezigheid van een andere (niet angstige)
hond heeft dus blijkbaar meer invloed op het gehalte stresshormoon dan het gedrag van de eigenaar.

Hoewel we in de relatie mens-hond de rol van de mens als roedelleider als
heel belangrijk zien en de invloed van de eigenaar heel vaak als
essentieel voor het ontstaan en voortbestaan van bepaald gedrag
beschouwen, lijkt het er op dat de rol van een andere hond in een
huishouden in situaties van extreme angst wel eens belangrijker zou
kunnen zijn. Dit inzicht zou wel eens een andere invalshoek voor het
oplossen van aan angst gerelateerde problemen kunnen bieden.

Het onderzoek zou nog moeten worden uitgebeid en met grotere aantallen honden moeten worden opgezet om meer inzicht te kunnen krijgen in de
effecten van de eigenaar op de hond en honden op elkaar, maar dit is
toch wel stof tot nadenken.

Bron: Physiological and behavioral reactivity to stress
in thunderstorm-phobic dogs and their caregivers
Nancy A. Dreschel and Douglas A. Granger
Applied Animal Behaviour Science 95 (2005) 153–168

|