Honden Nieuws

Apen slimmer dan mensen?

Vaak wordt er vanuit gegaan dat mensen sneller leren dan dieren. Zeker als het gaat om rekenkundig inzicht. Het vaststellen van de juiste volgorde van getallen en het onthouden daarvan zouden wij, als mens, erg goed moeten kunnen.

Ik speel zelf al weer een tijdje een spelletje op de computer dat de hersenen traint om steeds sneller en beter in geheugen taken te worden. Na flink wat oefening ben ik steeds hoger gaan scoren. Het idee is dat ik hierdoor m’n hersenen train om sneller te denken en effectiever te functioneren. Dit spelletje heet Brain Training van Nintendo.

ds_Brain_Training_content_05_nl

Nu worden soortgelijke oefeningen ook met apen gedaan. Een chimpansee leert dan eerst op een computer getallen in oplopende volgorde aanraken aangeven. Als hij dit kan begint de werkelijke taak.

Nadat de getallen heel kort op het scherm te zien zijn worden ze bedekt. De aap moet ook nu de juiste volgorde aangeven om een beloning te krijgen.

Gemakkelijk denk je? Mensen scoren in deze taak 40% goed. De betreffende aap heeft een score van 80%. Zo krijgt de scheldnaam apenkop wel weer en andere betekenis. Tetsuro Matsuzawa is onderzoeker aan de Kyoto Universiteit. Hij doet onderzoek aan leren en geheugen. In het onderstaande filmpje zie je een chimp de geheugentaak uitvoeren. Vervolgens zie je dat mensen er duidelijk meer moeite mee hebben.




Steeds vaker ontdekken we dat dieren wanneer we goed naar ze kijken in bepaalde opzichten superieur aan mensen kunnen presteren. We wisten dat natuurlijk al als het gaat om lichamelijke eigenschappen zoals hardlopen, kracht, klimmen, zwemmen enz. Maar op bepaalde terreinen zijn dieren ons dus ook geestelijk de baas.

Bron:
Newscientist

|

Agressie in het eten?

Agressief gedrag is een van de meest voorkomende problemen bij honden. Het kan bestaan uit agressie gericht naar andere honden, naar mensen, en/of naar de eigenaar zelf.
De oplossing voor dit probleem is lang niet eenvoudig.

Op zichzelf is er niets mis met agressie. Het is een normaal gedrag binnen sociale groepen. Het is een gedrag wat ingezet kan worden om aanvallers af te schudden, status of belangrijke bronnen te verdedigen. Agressie wordt pas een probleem wanneer een hond agressief gedag vertoont in een situatie waarin dat niet zou moeten. Of wanneer een hond heel vaak agressie vertoont of een overdreven heftige agressieve reactie vertoont.

Een teef die even gromt wanneer een pup heel brutaal toch nog wil drinken terwijl moeder wegloopt communiceert op die manier dat de grens is bereikt en de pup onmiddellijk moet stoppen. Die grom is agressie. Niets mis mee. Wanneer de teef echter de pup zou bijten en verwonden dan is dat een overdreven reactie die niet normaal is. Een hond die agressie vertoont omdat hij wordt geslagen en vreest voor z'n leven is niet zo vreemd. Maar als een hond iedere confrontatie aangaat door agressie te vertonen of wanneer de prikkel voor agressie niet duidelijk is, spreken we van een probleem.

Problemen met agressief gedrag van de hond zijn voor de eigenaar moeilijk op te lossen. Veelal wordt hulp ingeroepen van een hondengedragstherapeut. Door goed te kijken naar de motivatie van de agressie, de directe oorzaak en de situaties waarin het optreed wordt dan een plan voor behandeling opgesteld. Toch blijft het een lastig probleem en het brengt ook risico's met zich mee (afhankelijk van het agressie-probleem voor de eigenaar zelf of voor de omgeving). Meer onderzoek naar de oorzaak en een mogelijke oplossing van agressief gedrag is dan ook zeer welkom.

Simona Re en collega's hebben onderzocht of er iets lichamelijk anders is bij agressieve honden. Ze hebben in het bloed van 18 Duitse herdershonden de hoeveelheid cholestrol, meervoudig onverzadigde vetzuren, en bilirubine gemeten. Uit een aantal andere onderzoeken kwam naar voren dat de hoeveelheid signaalstof in de hersenen (serotonine) die o.a. betrokken is bij agressief gedrag kan worden beïnvloed door de hoeveelheid vetzuren en cholestrol in het bloed.

iStock_000003457818Small

De 18 agressieve Duitse herders hebben een lagere concentratie van een bepaald vetzuur (docosahexaenoic zuur) in hun bloed dan niet agressieve Duitse herders. De cholesterol en bilirubine waarde in de agressieve honden is ook lager terwijl de verhouding tussen omega6/omega-3 vetzuren juist hoger is. Betekent dit nu dat je agressieve honden op een dieet moeten zetten met meer cholestrol en meer omega 3 vetzuren? En zijn deze honden agressief geworden door dat hun dieet niet goed was? Dit kunnen we helaas niet afleiden uit dit onderzoek. We weten niet of het dieet de oorzaak was van het verschil. We weten ook niet of aanvulling op het dieet het agressief gedrag vermindert. Uit deze resultaten kunnen we zelfs niet afleiden of de veranderde bloed waarden nu de oorzaak zijn van het agressievere gedrag of juist een gevolg zijn van het agressieve gedrag.

Toch is dit onderzoek wel heel nuttig. Het is namelijk wel een aanwijzing dat er iets lichamelijk anders is in de agressieve honden. De informatie is nog lang niet compleet maar lokt hopelijk wel uit tot verder onderzoek. In een vervolg onderzoek zou bijvoorbeeld kunnen bestudeerd of honden die meer cholesterol en een andere vetzuurverhouding in hun dieet krijgen minder agressie gaan vertonen.

Kennis over de invloed van dieet op agressief gedrag zou de mogelijkheden om de probleem op te lossen wellicht kunnen ondersteunen

Bron:
Aggressive dogs are characterized by low omega-3 polyunsaturated fatty acid status
Vet Res Commun. 2007 Sep 19
Simona Re, Marco Zanoletti & Enzo Emanuele

|

Gedragstesten

Kinderpoppen in gedragtesten

Gedragstesten kunnen worden gebruikt om een meer inzicht te krijgen in het gedrag van mens of dier. Vaak zijn die testen heel specifiek gericht op een bepaalde situatie of een bepaald gedrag. Zo onderwerpen bepaalde bedrijven sollicitanten aan een test om te zien of ze een goed oplossend vermogen hebben, goed kunnen verkopen of de sociale vaardigheden op de proef stellen. Vaak worden mensen dan in een situatie gebracht die lijkt op een situatie die ze later zouden kunnen meemaken in het werk. Soms wordt hierbij zelfs met acteurs gewerkt die het spel meespelen.

Ook bij honden worden soms gedragstest afgenomen. Voor honden in een opleiding voor blindengeleidehond terecht komen wil men namelijk al de ongeschikte dieren uitsluiten. Een opleiding is duur en het is zinloos een hond die op enkele belangrijke gebieden niet voldoend presteert op te leiden. Ook zijn er tests om inzicht te kunnen krijgen over de mate van agressie van een hond en een voorspelling te kunnen doen over kans dat de hond zal gaan bijten. In die test wordt de hond in verschillende situaties gebracht die al dan niet agressief gedrag opwekken. Uiteindelijk kan zo een inschatting worden gemaakt van de kans dat de hond ook in het echt (op straat of in huis) agressie zal vertonen. De situaties waarin en hond wordt gebracht om te testen of hij agressief gedrag vertoont moeten vaak lijken op een situatie die de hond in het echt kan tegenkomen.

Maar hoe doe je dat als je wilt testen of een hond een klein kind wil bijten? Er zullen maar weinig ouder staan te springen bij het idee hun kind ter beschikking te stellen. Er wordt daarom met poppen gewerkt. Zo'n pop wordt dan als "nep" kind ingezet om het gedrag van de hond te kunnen testen. De vraag is wel of honden die kinderen zouden bijten dit ook in de pop doen. Of is deze situatie zo anders dat veel van de honden die op straat een kind zouden bijten de pop links laten liggen? In dat laatste geval vertelt de test niets over het gedrag en is de test waardeloos.

Tracy L. Kroll en collega's van de Cornell Universiteit in New York hebben onderzocht of een baby pop of een nep hand voorspellende waarde hebben in een gedragtest voor honden. 88% van de honden die agressief reageerde op de pop hadden al in het verleden agressie naar kinderen vertoond. 12% had in het verleden niet agressief naar kinderen geweest maar reageert dus wel op de pop. Zijn dit tikkende tijdbommen of is zijn dit de honden die heel goed doorhebben dat het hier om een pop gaat en daardoor agressief worden?

Van de honden waarvan het bekend was dat ze agressie vertoonde tegen kinderen reageerde 13 honden (21%) normaal op de pop en 9 honden (14%) waren wel angstig maar vertoonde geen agressie. Dit wil zegen dat de test dus soms als uitslag heeft dat de hond niet agressief reageert op de pop maar in het "echt" wel agressie naar kindneren zal vertonen.

Het is dus niet waterdicht . Maar geen enkele test is dat. Dit betekent voor de praktijk dat testen, interpretatie van testen en de gevolgen die je aan een test uitslag moet verbinden een kwestie zal blijven van inschatten van risico's, goed blijven kijken naar wat je in de test ziet maar vooral van het gezond verstand gebruiken!
|

Ovariëctomie (sterilisatie)


Ovariëctomie (sterilisatie) verhoogt gedragsmatige reactiviteit van Duitseherders honden
Ovariëctomie (vaak Sterilisatie of castratie van de teef genoemd) is een veel uitgevoerde operatie. De meest voorkomende reden hiervoor is vaak het voorkomen van ongewenste zwangerschap. De operatie is natuurlijk niet helemaal zonder bijwerkingen. Een aantal ongewenste bijwerkingen wordt gerapporteerd; gewichtstoename, meer eten, problemen met de vacht, en incontinentie. Over gedragsveranderingen ten gevolge van castratie bij teven is vreemd genoeg nog niet zoveel geschreven. Er zijn een aantal studies bekend die melden dat er meer kans op agressie is naar de gezinsleden toe na ovariëctomie. Maar dit alleen als de honden al wat agressie vertoonde in het eerste levensjaar. ook zijn gevallen beschrijven van teven die een verhoogde algemene activiteit vertonen. In een studie uitgevoerd door Hyeon H. Kim et al. is onderzocht wat het effect is van castratie van de teef op de reactiviteit van 14 Duitse herdershonden (7 gecastreerde en 7 intacte honden).
De honden werden blootgesteld aan twee prikkels die de reactiviteit konden opwekken. Benadering van een onbekende persoon en benadering van een onbekende hond. Het gedrag van de honden werd vervolgens geobserveerd. Er werd daarbij een indeling gemaakt in 5 categorieën: 0 = aandachtig of geen reactie 1 = defensieve of milde reactiviteit 2 = middelmatige reactiviteit 3 = heftige reactiviteit. Gecastreerde teven bleken in dit onderzoek reactiever dan intacte dieren. Duitseherders honden die ovariëctomie hebben ondergaan (maar wellicht geld dit ook wel voor andere rassen) tussen de 5 en 10 maanden oud vertonen een verhoogde reactiviteit dan intacte dieren in dezelfde leeftijdsgroep.

Bron:

Effects of ovariohysterectomy on reactivity in German Shepherd dogs
Hyeon H. Kim, Seong C. Yeon, Katherine A. Houpt, Hee C. Lee, Hong H. Chang, Hyo J. Lee
The Veterinary Journal 172 (2006) 154–159

Meer informatie over ovariëctomie bij de teef kun je hier vinden.
of op de site van DAP Breukelen
|

Voedselvoorkeur bij honden wordt beïnvloed door sociale contacten

Ik wil eten wat jij eet! Niet alleen voor kinderen blijkt dat te gelden maar ook honden schijnen zich te laten lijden in hun voedsel voorkeur door wat soortgenoten net gegeten hebben. Een hond (we noemen hem even de trend zetter) krijgt een maaltijd voorgeschoteld die naar basilicum of tijm smaakt. Vervolgens krijgt een andere hond (deze noemen we de trend volger), na aan deze hond gesnuffeld te hebben, de keuze tussen een maaltijd die met tijm of basilicum op smaak is gebracht. De trend volger zal nu in de meeste gevallen kiezen voor dezelfde smaak als de trend zetter. Honden hebben dus een voorkeur voor voedsel waarvan ze de geur net aan de adem van een andere hond hebben geroken.
Nu is dit fenomeen niet uniek. Ook ratten vertonen soortgelijk gedrag. door aan de bek van een andere rat te ruiken weten welk voedsel hun soortgenoot gegeten heeft en dus veilig gegeten kan worden. Dit gedrag is niet nuttig voor echte carnivoren zoals tijgers of wolven. Deze dieren eten min of meer altijd het zelfde; vlees. Maar voor omnivoren is de keuze in voedsel veel gevarieerder. Dus is een richtlijn in wat veilig is en wat niet wel zo handig. Ratten kunnen zelfs aan de hand van menselijke adem een voorkeur voor een bepaald voedsel ontwikkelen (Galef 2005). Niet zo gek natuurlijk voor een dier wat al zo lang in de nabijheid van mensen leeft en veelal het (rest) voedsel van mensen eet. Dit is tevens nog een overeenkomst tussen rattenen honden. Ook honden leven al zeer lang bij mensen en hebben al die tijd hun voedsel gewoonten aangepast aan wat er in de nabijheid van vroege nederzettingen van mensen te vinden was (Coppinger and Coppinger, 2001). Het is niet onderzocht in dit artikel maar het zou best eens kunnen dat honden ook een voorkeur voor voedsel kunnen ontwikkelen door menselijke adem te ruiken na de maaltijd.

Bron:
Behavioural Processes 74 (2007) 104–106
Dogs acquire food preferences from interacting with recently fed conspecifics
Gwen Lupfer-Johnson, Julie Ross

Wolves evolve into dogs. In: Coppinger,R., Coppinger, L. (Eds.), Dogs: A Startling New Understanding of Canine Origin, Behavior and Evolution. Scribner, New York, NY, pp. 39–67.
Coppinger, R., Coppinger, L., 2001.

Social learning. In: Whishaw, I., Kolb, B. (Eds.), The Behavior of the Laboratory Rat: A Handbook with Tests. Oxford University Press, New York, NY, USA, pp. 363–370.
Galef Jr., B.G., 2005.
|

Kunnen honden tellen?

Kunnen honden tellen? Waarschijnlijk niet. Maar kunnen ze wel zien wat meer is en wat minder is. En kunnen ze dat niet alleen direct zien maar ook “in gedachten” houden. In een experiment werden 3 situaties aangeboden aan de honden. In situatie 1 kregen de honden twee bakjes te zien met in het ene bakje meer stukjes hotdog dan in het andere. De hond mocht even kijken van een afstandje en dan naar een van de bakjes lopen en de hotdag eten. Honden waren goed in staat om het bakje met de meeste stukjes hotdog te kiezen. Situatie twee was iets moeilijker. De honden konden even kijken naar de bakjes en het aantal stukjes. Dan werden de bakjes afgedekt en na 3 seconden mocht de hond naar de bakjes lopen. Vraag was nu kunnen de honden dit ook onthouden. Met andere woorden kunnen honden een mentale representatie maken van de verschillende hoeveelheden? De geteste honden liepen vaker naar een bakje met meer stukjes hotdog erin. Ook als eerst het ene en dan pas het andere bakje werd getoond liepen honden vaker naar het bakje met de meeste stukjes.

experiment-tellen


Bron:
Quantity-based judgments in the domestic dog (Canis lupus familiaris)
CamilleWard And Barbara B. Smuts
Anim Cogn (2007) 10:71–80
|

His masters voice…..and face?

Honden herkennen het gezicht van hun eigenaar. Wanneer honden een foto van hun eigenaar krijgen te zien op een beeldscherm kunnen ze die onderscheiden van een foto van een vreemde. Maar er is meer….. Door eerst een stem te laten horen (van een vreemde of de eigenaar ) en daarna een foto te laten zien (van een vreemde of de eigenaar) onderzochten onderzoekers van de universiteit van Kyoto of honden een voorstelling maken van het gezicht van de eigenaar wanneer ze een z’n stem horen. Ze zagen dat een hond die een stem hoort van z’n eigenaar maar vervolgens een foto ziet van een vreemde, langer naar het scherm kijkt dan wanneer stem en foto beide van de eigenaar zijn. De verklaring die zij hiervoor geven is dat de hond een na het horen van de stem een bepaald beeld voor ogen heeft (dat van de eigenaar). Wanneer dat beeld niet bevestigt wordt, gaat dit tegen de verwachting in en kijken de honden langer naar het scherm.

Bron:

Ikuma Adachi, Hiroko Kuwahata and Kazuo Fujita
Dogs recall their owner’s face upon hearing the owner’s voice
Anim Cogn (2007) 10: 17–21
|

Angst en extinctie. Wanneer is training effectief?

Wanneer honden ergens van schrikken kan dit vervelende gevolgen hebben voor hun gedrag als ze weer in die zelfde situatie terecht komen. Ze kunnen dan gestressed of angstig worden, met alle gevolgen van dien. Het kan zelfs gebeuren dat honden angstig worden in situaties die alleen maar lijken op de situatie waar ze aanvankelijk van geschrokken zijn. Een voorbeeld hiervan (maar er zijn talloze andere voorbeelden te bedenken) is een hond die gebeten word door een zwarte labrador en vervolgens bang wordt voor alle zwarte honden of alle grote honden of misschien zelfs wel alle honden. Dit alles hangt af van de mate van angst, hoe vaak een vervelende ervaring wordt opgedaan, de leeftijd waarop deze ervaring zich voordoet, enz. Er kunnen verschillende probleemgedragingen hieruit voortvloeien, zoals vluchtgedrag (buiten de controle van de eigenaar om) of agressie naar andere honden. De angstreactie die wordt opgewekt door deze prikkels (de zwarte hond) is dus eigenlijk voor een groot deel door conditionering ontstaan. De hond heeft deze prikkels verbonden met de stressvolle, angstopwekkende gebeurtenis.
Om problemen die hierdoor ontstaan weer te verhelpen zal in eerste instantie de angst die de hond heeft voor een bepaalde situatie moeten worden verminderd of weggenomen. In veel gevallen is extinctie (uitdoving) training de aangewezen mannier om de hond van deze angst af te helpen zodat vervolgens weer aan een acceptabel gedrag in de gegeven situaties gewerkt kan worden. Extinctie training is het aanbieden van de prikkel waar de hond bang voor is zonder dat hier vervolgens een vervelend gevolg aan zit. De hond leert nu iets nieuws, namelijk: de prikkel voorspelt dat er niets vervelends gaat gebeuren (in tegenstelling tot wat hij tot nu toe geleerd had). Het is dus niet zo dat de hond vergeet wat hij vroeger heeft geleerd, maar er vindt een nieuw leerproces plaats, waarin de hond leert dat de prikkel niets vervelends meer oplevert. Dit is dus iets heel anders dan vergeten. Hoe pakje dit nu aan? In het voorbeeld zou je (op afstand) veel zwarte honden langs de geschrokken hond kunnen laten lopen zonder dat de geschrokken hond echt angstig wordt. Wanneer dit maar vaak genoeg gebeurt (en de afstand met de zwarte honden wordt langzaam kleiner) dan wordt de reactie op zwarte honden steeds minder heftig en de angst steeds minder. Maar dit heeft wel een aantal haken en ogen. Een daarvan is het tijdstip waarop je begint met de extinctie trainingen. Moet je dat zo snel mogelijk na de stressvolle gebeurtenis doen of juist niet? In een onderzoek bij ratten is gebleken dat extinctie meteen na de stressvolle gebeurtenis niet erg effectief is. Veel beter is het om 24 uur te wachten alvorens te beginnen met de extinctie training. Na verder onderzoek bleek dat het niet zozeer de tijd was die hier een belangrijke rol speelde maar vooral de mate van stress ten tijde van de extinctie training. Wanneer dieren gestressed waren vlak voor de extinctie training dan was dit veel minder effectief. Extinctie training werkt dus beter waneer het dier niet gestressed is. Het succes van een extinctie training hangt dus in hoge mate af van de voorbereiding om de hond ontspannen te kunnen krijgen. Bij het niet slagen of zeer langzaam verloop van de training is het dus raadzaam eens goed te kijken naar de hoeveelheid opwinding die de training of de omgeving opwekt.

hond_op_trap

Bron: Recent fear is resistant to extinction.
Maren S, Chang CH, Proc Natl Acad Sci U S A. 2006 Nov 7; [Epub ahead of print]

Literatuur: Honden sneller laten leren. P.J. Reid (Heel geschikt als je meer wilt weten over leerprincipes)

|

De Jackpot voor goed gedrag

In clicker training kent men de term Jackpot. Het is een extra grote
beloning die een hond krijgt nadat hij uitzonderlijk goed heeft
gepresteerd. Op de OC-Asist-Dogs lijst vroeg een van de leden zich af
of dit nu wel extra informatie is voor je hond.

Het merendeel van de lijst vond van niet. De algemene gedachte was dat
een jackpot de eigenaar een goed gevoel gaf maar het verloop van de
training juist stoort. Omdat de aandacht van de hond juist verlegd
wordt naar het voer en niet meer gericht is op de te leren taak.

Over het algemeen is juist helderheid en voorspelbaarheid en een hoge
mate van positieve bekrachtiging  van belang voor het trainen van een
solide gedrag.

Mee eens? Of niet mee eens? Reageer maar eens en geef jou visie.
|

Epilepsie bij honden

De laatste jaren lijkt het wel of er steeds meer honden epilepsie of
epileptiforme aanvallen ontwikkelen. Een aantal van de oorzaken voor
dit verschijnsel wordt toegewezen aan de leefomstandigheden van de
moderne huishond.

Epilepsie is het herhaald optreden van toevallen. Meestal komen die
aanvallen met een zekere regelmaat van gemiddeld eens per maand.
Treden ze vaker op, dan zijn medicijnen noodzakelijk. Aanvallen
ontstaan doordat er in de hersenen bepaalde signalen niet worden
afgezwakt. In normale gevallen worden in de hersenen een heleboel
signalen ontvangen, verwerkt en verzonden. Het wordt allemaal
automatisch in de juiste banen geleid. Als een hond epilepsie heeft,
worden de signalen niet allemaal op de juiste manier verwerkt. Ze
hopen zich als het ware op en op een bepaald moment komen ze tot een
uitbarsting in de vorm van een aanval. De hond zelf merkt daar in
principe weinig van.

Meer informatie over epilpsie bij honden en over behandelmethoden is
te vinden op de site: Epilepsiebijhonden


Bron: Epilepsie bij honden: www.epilepsiebijhonden.nl/home.htm
|

Minder stress bij honden door menselijk contact?

Asiels vormen een zeer stressvolle omgeving voor honden. Dit komt door de sociale isolatie en de nieuwe “vreemde” omgeving. Is dit op te lossen of te verminderen door contact met mensen?

beklik


Deze vraag stelde onderzoekers van de Colorado State University zich. Zij namen de proef op de som. Een groep honden kreeg 3 dagen na aankomst in het asiel 45 minuten contact met een verzorger. Er werden dan een aantal gehoorzaamheids oefeningen gedaan, de vacht werd verzorgd en de hond werd geaaid. Een andere groep honden ontving deze behandeling niet. Honden die contact konden maken met mensen hadden minder hoge stresshormoon (cortisol) niveaus in hun speeksel dan honden die geen contact met mensen konden maken. Dit was niet afhankelijk van het ras of de leeftijd of sexe van de hond. 45 minuten contact kan dus veel verschil maken voor het welzijn van de hond in een asiel. Deze 45 minuten “contact” tijd kan ook nog eens goed worden gebruikt om het temperament van de hond vast te stellen om een goed passend adoptie adres te vinden.


Bron:
Human interaction and cortisol: Can human contact reduce for shelter dogs?
Crista L. Coppola, Temple Grandin, R. Mark Enns
Physiology & Behavior 87 (2006) 537 – 541

|

Vroeger toen Lassie er nog was...

Ik geloofde het vroeger wel: Lassie en Rin Tin Tin schieten te hulp
wanneer hun baasje in de problemen zit. Wanneer Lassie in de buurt was
werd snel hulp gehaald. Later begon de twijfel over het
waarheidgehalte van deze series de overhand te krijgen ( nu twijfel ik
zelfs aan Scooby Doo en de Honderd en een Dalmatiërs). Dergelijke
twijfel moet ook de drijfveer voor twee onderzoekers geweest zijn. Ze
hebben getest of honden hulp gaan zoeken wanneer hun eigenaar iets
overkomt. In een aantal gevallen deed de eigenaar alsof ie een
hartaanval kreeg en in andere gevallen werd een ongeluk in scène gezet
waarbij de eigenaar onder een boekenkast terecht kwam. Steeds waren in
de omgeving voorbijgangers te vinden. De vraag was nu: gaan honden
hulp zoeken voor hun baasjes. Het antwoord is hard en koud: Nee. Ofwel
de honden begrepen niet dat het om een ernstige situatie ging of ze
begrepen niet hoe ze hulp moesten halen maar het resultaat was in
ieder geval dat de honden geen hulp haalde.

lassie-2

Het zag er altijd zo leuk uit bij Lassie, dat ie begreep dat z'n baasje onder schot werd
gehouden en dat ie dan meteen hulp ging halen. Wat ook zo knap was:
die hulp begreep meteen dat het vervelende geblaf en zenuwachtig op en
neer gespring van Lassie betekende: kom mee m'n baasje wordt in een
oude hut op de berg onder schot gehouden door 3 gewapende mannen. Neem
je geweer mee en volg me!


Bron: Do Dogs (Canis familiaris) Seek Help in an Emergency?
By Macpherson K. en Roberts WA.
|

Dementie bij de hond met Hills Pet Nutrition voer behandeld

Het begint een herhalend item te worden maar er is dan ook steeds meer bekend over hersenveroudering bij de hond. Honden met verschijnselen die op dementie lijken kunnen behandeld worden met een voer van Hills Pet Nutrition. eerst moet echte worden vastgesteld of het daadwerkelijk om hersenveroudering gaat. hiervoor is een goede test ontwikkeld waarover we al eerder berichte. een uitgebreid verslag van een praktijk geval is te lezen op de site van Dierenkliniek Wilhelminapark.
|

Nieuwe sociale leermethode voor honden: Model-rival

Gek eigenlijk dat bijna alle hondentraining gebaseerd is op klassieke en operante conditionering. Terwijl de natuurlijke soortgenoten van honden dingen leren zonder dat daar vaak als direct gevolg voedsel mee gemoeid is. Onze honden zijn sociale dieren en daar wordt in hondentraining in het algemeen maar weinig gebruik van gemaakt. Onderzoekster Irene Pepperberg heeft bij haar onderzoek naar het leer vermogen van papegaaien een hele andere methode dan het geven van voedsel beloningen. Wanneer ze een papegaai de namen van voorwerpen wil leren gebruikt ze een methode waarbij twee mensen (leraar en leerling) voor de papegaai gaan zitten. De leeraar pakt het voorwerp en vraagt aan de leerling wat is dit? De leerling antwoord: “een rood vierkantje” goed zo zegt de leraar en geeft de leerling het vierkantje. Zo gaat dat met alle voorwerpen en regelmatig wisselen leraar en leerling van rol. De enige “beloning” die er is is het enthousiasme van de leeraar en het krijgen van het voorwerp zelf. Deze methode heet de Model-rival methode. Een hele effectieve leer methode voor papegaaien.

whippet-met-zonnebril

Zou deze methode ook bij honden kunnen werken?
Dit vroegen de onderzoekers Sue McKinley en Robbert J. Young zich af. Ze onderzochten of ze honden konden leren een sorteer taak uit te voeren door gebruik te maken van deze methode. Een groep honden werd getraind met behulp van operante conditionering (voer beloningen). De andere groep werd getraind met behulp van de model-rival methode. De honden werd geleerd om uit drie voorwerpen het gevraagde voorwerp te selecteren. Beide methodes bleken even effectief. De honden waren dus prima instaat om te leren van de leerling/leeraar die elkaar de voorwerpen op enthousiaste manier aanboden en bespraken.
Een voorbeeld van een dialoog tussen leeraar/leerling in de model rival methode:
leeraar: “kun je deze Socks zien?” Trainer geeft het voorwerp aan de leerling leerling: “Ja bedankt voor de mooie Socks” leeraar: “kun je me de Socks even aangeven?” enz.
(De Socks is in dit geval een voorwerp wat de naam Socks gekregen heeft om verwarring me al bekende namen te voorkomen.)
Een groot verschil met het aanleren van deze taak de model-rival methode is dat de voorwerpen niet met voer geassocieerd worden maar dat de honden de voorwerpen alleen met de gegeven naam associëren. Ik ben wel heel erg benieuwd of we hier in de training op de hondenschool ook gebruik van kunnen maken en wat de resultaten zullen zijn!

Bron:
The efficacy of the model-rival method when compared with operant conditioning for training domestic dogs to perform a retrival-selection task.
Sue Mckinley, Robert J. Young in: Applied animal behaviour science

|

Erfelijkheid van agressief gedrag bij de Golden Retriever

Donderdag 27 April verdedigt Linda van den Berg haar proefschrift: “Genetics of aggressive behaviour in golden Retriever dogs” In dit onderzoek is gezocht naar erfelijke factoren die een rol spelen bij agressie van de Golden Retriever.

golden


Allereerst werd doormiddel van uitgebreid onderzoek naar de stambomen vastgesteld dat de agressie die deze honden vertoonde ook in andere dieren van de zelfde foklijn voorkwam. De kans was dus groot dat een agressieve Golden die mee deed in het onderzoek naaste familie had die ook agressief gedrag vertoonde. Deze agressie bleek dus in hoge mate erfelijk te zijn. Doordat de honden uit het onderzoek allemaal tot het zelfde ras behoren lijken de verschillende honden erfelijk gezien erg veel op elkaar. Er zijn minder verschillen tussen twee Golden Retrievers dan tussen een Golden en b.v. een Boxer. De erfelijke verschillen tussen een agressieve en niet agressieve Golden die met agressie te maken hebben zijn dus eenvoudiger te onderscheiden van andere verschillen dan wanneer je verschillende rassen zou onderzoeken.
In het onderzoek is gezocht naar mutaties in genen van het serotonine systeem. In dit systeem speelt de neurotransmitter (signaalstof waarmee zenuwcellen met elkaar communiceren) serotonine een centrale rol. Serotonine is een neurotransmitter die betrokken is bij de gemoedstoestand van mens en dier. Wanneer mensen depressief zijn is dat hoogstwaarschijnlijk te wijten aan een verstoring van het serotonine systeem. Medicijnen die bij depressie worden voorgeschreven hebben dan ook hun effect op dit systeem. Een aantal wetenschappelijke publicaties laten zien dat het serotonine systeem ook betrokken is bij agressie bij honden. Er zijn 3 genen uit dit serotonine systeem onderzocht op hun rol bij erfelijke agressie bij de Golden.
Uit het onderzoek blijkt dat de genen van het serotonine systeem van agressieve en niet agressieve Goldens niet essentieel verschillen. Dit lijkt misschien wat teleurstellend. Maar in de wetenschap is dit nu eenmaal een risico. Je hebt een bepaalde vraag, je denkt na over een mogelijk antwoord en je test dit antwoord doormiddel van een aantal experimenten. Vervolgens is de vraag beantwoordt. Natuurlijk is het voor de onderzoekster prettiger als het antwoord overeenkomt met de eerdere vermoedens. Toch is dit onderzoek van grote waarde. De methoden die in dit onderzoek zijn ontwikkeld en opgezet kunnen gebruikt worden voor eventueel vervolg onderzoek.

Meer informatie over het golden project kun je nalezen op de site van Prof. Dr. Bernard A. van Oost


Bron:
Genetics of aggressive behaviour in Golden Retriever dogs
Linda van den Berg, 2006
ISBN-10:90-393-4227-x


|

Zeg het met bloemen

lavender

Hebben honden baat bij geurtherapie? Een hond gebruikt veelvuldig z'n
neus. Geuren leveren dan ook een enorme bron van informatie voor de
hond. Geuren, kun je rustig stellen, zijn erg belangrijk voor de hond.
Er wordt van dit idee al langer gebruik gemaakt bij het oplossen van
probleemgedrag. Honden die onrustig zijn als ze alleen thuis moet
blijven worden door de geur van feromonen (de geur die een moeder
hond afscheidt ) kalmer, zodat ze beter tegen het alleen zijn kunnen.
Lynne Graham heeft onderzocht of het gedrag van honden in een asiel te
beïnvloeden is door de geur in het asiel. Ze heeft 5 geuren
onderzocht; de "normale" asiel geur, lavendel, kamille, rozemarijn en
pepermunt geur. Het resultaat was dat honden minder blaften en minder
bewogen wanneer het verblijf naar lavendel of kamille ruikt. De geur
van pepermunt en rozemarijn zorgt voor meer beweging en meer geblaf.
Niet alleen voor de verzorgers zou het dus prettig zijn om de
"normale" asielgeur te verdringen met lavendel, ook de honden lijken
dit zeer op prijs te stellen.

The influence of olfactory stimulation on the behaviour of dogs housed in a rescue shelter
Lynne Graham, Deborah L. Wells*, Peter G. Hepper

|

De lachende hond

Onderzoekers van Spokane County Regional Animal Protection Service in Washington state beweren geluidsopnamen te hebben van lachende honden. Ik hoor je nu al lachen…(of is dat de hond) maar misschien is er meer aan de hand…
Het geluid waar het om gaat werd tot nu toe helemaal niet als een echt communicatie signaal gezien. Het is een lang, luid, hijgend geluid. Voor de ongetrainde luisteraar lijkt het op gewoon hijgen. Maar wanneer er goed wordt geluisterd en gekeken naar het frequentie profiel van het geluid blijkt het een breder frequentie bereik te hebben.

lachende hond

Het bovenste geluidsgolven patroon is van een "lachende" hond die aan het spelen is, het onderste patroon is van "gewoon" hijgen
De onderzoekers denken dat dit als lachen kan worden opgevat. Wanneer een opname van dit geluid wordt afgespeeld in een drukke, rumoerige kennel worden de honden binnen de kortste keren stil. Een aantal honden reageren op het geluid door een speeltje op te pakken en daar mee rond te lopen. Bij ratten is al langer bekend dat ze tjirpende geluiden maken wanneer ze iets prettigs verwachten.
Of dit geluid bij honden gelijk is aan lachen zoals wij dat kennen is nog niet helemaal duidelijk. Meer onderzoek zal nodig zijn om dat echt vast te stellen.
Onderzoek als dit levert een bijdrage aan het in kaart brengen van het gedrag en communicatie systemen van de hond (van dieren in het algemeen) En wees eerlijk, het is toch wel lachen met die honden…..
Bron: Simonet, O., M. Murphy, and A. Lance. 2001. Laughing dog: vocalizations of domestic dogs during play encounters. Animal Behavior Society conference. July 14-18. Corvallis, Oregon.

|

De hond met Alzheimer

Al eerder hebben we plaatsten we een berichtje over oudere honden en het bijbehorende gedrag en gebreken. Het blijkt in de praktijk moeilijk om een goede, betrouwbare diagnose te stellen als het gaat om hersenveroudering bij honden. Onderzoek aan de Universiteit van Utrecht van faculteit diergeneeskunde heeft vergeleken of een vragenlijst die door honden eigenaren kan worden ingevuld een betrouwbare aanwijzing geeft over de hersenveroudering van hun hond. 30 honden (met en zonder gedragsmatige verschijnselen van hersenveroudering) werden onderzocht op het voorkomen van verkleining van de hersenen, eiwit plaques en een aantal andere Alzheimer-achtige verschijnselen. Tevens was een vragenlijst voor deze honden ingevuld over een aantal gedragingen tijden hun leven.

hollandse herder


De onderwerpen uit de vagen lijst gaan over:
• eetlust
• drinken
• incontinentie
• dag/nacht ritme
• doelloos gedrag
• activiteit en interactie
• waarneming van de omgeving
• desorientatie
• geheugen
• persoonlijkheid verandering  



Niet alleen blijkt uit deze studie nog eens dat hersenveroudering bij honden zeer veel overeenkomst vertoont met de Ziekte va Alzheimer bij mensen, maar ook is hiermee een bruikbare vragenlijst opgesteld. Uit de vragenlijst was af te leiden dat een aantal honden Alzheimer-achtige verschijnselen hadden. Het onderzoek van de hersenen bij die zelfde honden bevestigde dit. Met behulp van de vragenlijst is dus heel goed te voorspellen of de hond werkelijk aan Alzheimer-achtige verschijnselen leid of niet. Dit is dus een heel belangrijk hulpmiddel voor het stellen van een juiste diagnose en het inzetten van een behandeling.

Bron: Cognitive disturbances in old dogs suffering from the canine counterpart of Alzheimer’s disease J.E. Rofina, A.M. van Ederen, M.J.M. Toussaint , M. Secrève, A. van der Spek, I. van der Meer, F.J.C.M. Van Eerdenburg, E. Gruys Brain Research 2005 (artikle in press)

|