hondenliefhebbers
Nu schrijf ik dit voor een website van de hondenschool. Ik verwacht voor een grootdeel lezers die dieren, en honden in het speciaal een warm hart toe dragen. Dus ik kan me voorstellen dat het bovenstaande misschien wel als onplezierig of zelf schokkend overkomt. Maar wat heeft het met honden te maken?
Wij als mensen, hondenliefhebbers, hebben een keur aan verschillende hondenrassen gefokt. Vroeger voornamelijk heel functioneel voor een bepaalde taak. Nu steeds meer voor een bepaald schoonheidsideaal, een bepaald rasspecifiek uiterlijk. In ons enthousiastme om bepaalde kenmerken te verheffen tot ideaal voor een ras zijn we gaan fokken en selecteren. Gezondheid is helaas vaak pas op de tweede of derde plaats gekomen. Natuurlijk houden we van onze honden maar als we nu het resultaat bekijken van het selectief fokken op bepaalde uiterlijke kenmerken dan is dat in een aantal gevallen veel schokkender dan het verhaal van de vleeskuikens hierboven.
We willen een hond met een platte kop, en dat z'n huig dan niet even snel in afmeting afneemt dan de lengte van z'n bek nemen we voorlief. We willen een grote brede kop op die hond, en dat alle pups via een keizersnede geboren moeten worden nemen we voor lief. We willen een heel klein hondje, en dat z'n schedel niet meer helemaal sluit en er veel hondjes met een "waterhoofd" geboren worden met alle pijn van dien nemen we voor lief. We willen een hele grote hond met lekker veel massa, en dat ie dan al op jonge leeftijd hartklachten krijgt nemen we voorlief. We willen een hele brede hond, een sterk lichaam, stoere poten en dat de knieën snel stuk gaan onder dit gewicht nemen we voor lief. We willen een aflopende ruglijn want dat is mooi en dat heupdisplasie oplevert nemen we voor lief. We willen best een hond met "gereserveerd" karrakter en dat we daarmee een hond fokken die permanent angstig is in onze drukke samenleving dat nemen we voor lief. We willen een hond met veel vel en enorme hanglippen en dat bijna al die honden aan hun ogen geopereerd moeten worden dat nemen we voor lief. Ik doe er verder het zwijgen toe maar er zijn nog wel meer voorbeelden te bedenken. Ik zie regelmatig rasspecifieke eigenschappen leiden tot lijden. Bijvoorbeeld een hond die tijdens een cursus uitvalt omdat z'n knie, heup oog geopereerd moet worden.
Ik ben absoluut niet tegen het fokken van verschillende rassen. De raskenmerken hoeven wat mij betreft niet eens nuttig of functioneel te zijn. Er is niets mis met mooi. Raskenmerken mogen wat mij betreft echter nooit een belemmering vormen voor de gezondheid en het welzijn van de hond. Honden met eigenschappen fokken omdat we die zo mooi vinden en een oogje dichtknijpen oor het verminderde dierenwelzijn overschreidt wat mij betreft een grens.
Een oplossing voor deze problemen is waarschijnlijk niet eenvoudig. Raseigenschappen liggen vast, beschreven in de rasstandaard en prijzen worden uitgerijkt voor het uiterlijk en niet voor gezondheid. Maar mag het ietsje minder extreem? Kunnen we niet het belang van gezondheid voor een specifiek uiterlijke eigenschap plaatsen? Hier hebben fokkers een belangrijke verantwoordelijkheid. Maar zeker niet alleen fokkers! Hier hebben alle hondenliefhebbers een verantwoordelijkheid in wat we kiezen en wat we tolereren. Want hondenliefhebber betekend toch niet dat we alles voor lief nemen maar dat we van honden houden?
Mopshond in-your-face
Op de site van Mopshondenvereniging C O M M E D
I A kunnen we lezen:
De Mopshond is ten eerste een echte huishond die
zich erg graag onder
de mensen bevindt. Hij vindt het heerlijk om overal
mee naar toe te mogen.
De Mopshond is een hond die rustig en zeker niet te
hard mag worden benaderd,
maar wel consequent moet worden opgevoed. In het
begin is de speelse Mops
wel een beetje druk, omdat ze zeer energiek zijn.
Maar hoe ouder ze worden
des te rustiger. Hij knort, is grappig-koppig en
lichtgeraakt, zeer moedig en
kan oud worden. Ook is de Mops een echte
kindervriend en zeker niet
agressief naar mensen of soortgenoten toe. De
visite wordt meestal
luidruchtig onthaald, want de Mops "waakt " wel
over huis en hof.
Zij zijn blij met ieder bezoek.
Erfelijkheid van agressief gedrag bij de Golden Retriever

Allereerst werd
doormiddel van uitgebreid onderzoek naar de
stambomen vastgesteld dat de agressie die deze
honden vertoonde ook in andere dieren van de zelfde
foklijn voorkwam. De kans was dus groot dat een
agressieve Golden die mee deed in het onderzoek
naaste familie had die ook agressief gedrag
vertoonde. Deze agressie bleek dus in hoge mate
erfelijk te zijn. Doordat de honden uit het
onderzoek allemaal tot het zelfde ras behoren
lijken de verschillende honden erfelijk gezien erg
veel op elkaar. Er zijn minder verschillen tussen
twee Golden Retrievers dan tussen een Golden en
b.v. een Boxer. De erfelijke verschillen tussen een
agressieve en niet agressieve Golden die met
agressie te maken hebben zijn dus eenvoudiger te
onderscheiden van andere verschillen dan wanneer je
verschillende rassen zou onderzoeken.
In het onderzoek is gezocht naar mutaties in genen
van het serotonine systeem. In dit systeem speelt
de neurotransmitter (signaalstof waarmee
zenuwcellen met elkaar communiceren) serotonine een
centrale rol. Serotonine is een neurotransmitter
die betrokken is bij de gemoedstoestand van mens en
dier. Wanneer mensen depressief zijn is dat
hoogstwaarschijnlijk te wijten aan een verstoring
van het serotonine systeem. Medicijnen die bij
depressie worden voorgeschreven hebben dan ook hun
effect op dit systeem. Een aantal wetenschappelijke
publicaties laten zien dat het serotonine systeem
ook betrokken is bij agressie bij honden. Er zijn 3
genen uit dit serotonine systeem onderzocht op hun
rol bij erfelijke agressie bij de Golden.
Uit het onderzoek blijkt dat de genen van het
serotonine systeem van agressieve en niet
agressieve Goldens niet essentieel verschillen. Dit
lijkt misschien wat teleurstellend. Maar in de
wetenschap is dit nu eenmaal een risico. Je hebt
een bepaalde vraag, je denkt na over een mogelijk
antwoord en je test dit antwoord doormiddel van een
aantal experimenten. Vervolgens is de vraag
beantwoordt. Natuurlijk is het voor de
onderzoekster prettiger als het antwoord
overeenkomt met de eerdere vermoedens. Toch is dit
onderzoek van grote waarde. De methoden die in dit
onderzoek zijn ontwikkeld en opgezet kunnen
gebruikt worden voor eventueel vervolg onderzoek.
Meer informatie over het golden project kun je
nalezen op de site van Prof. Dr. Bernard A. van Oost
Bron:
Genetics of aggressive behaviour in Golden
Retriever dogs
Linda van den Berg, 2006
ISBN-10:90-393-4227-x