Honden Nieuws

Likgranuloom

Acral lick dermatitis is een aandoening waarbij honden zich op een plaats op het lichaam, vaak een poot, kaal likken. Niet alleen kaal maar door het veelvuldig likken raakt de huid beschadigd. Hierdoor kunnen zweren ontstaan en kan een bacteriële infectie de kop opsteken. De hond zelf houd de wond open door er voortdurend aan te likken. Vaak wordt de oorzaak van lik granuloom gezocht in de gedragssfeer. Veelal wordt als oorzaak compulsief gedrag gesuggereerd of wordt stress of phobische angst als boosdoener gezien. Verlatingsangst en verveling lijken in veel gevallen de aanstichters. Daar komt dan nog bij dat wanneer een hond eenmaal begint met het open likken van z'n poot er hierdoor in de hersenen na van loop van tijd endorfinen vrijkomen. Deze endorfine zorgt o.a. voor onderdrukking van pijn en een fijn gevoel. Uiteindelijk lijkt de hond wel verslaafd te worden aan het gelik aan z'n poot.
Likgranuloom is erg lastig te behandelen. Er kan bij de behandeling gebruikgemaakt worden van antidepresiva, gedragstherapie (de hond moet uit een situatie van verveling of overmatige stress worden gehaald). Een aantal rassen zoals de Ierse Setter, de Dobereman, labrador retriever, Duitse dog en Duitse herder zij er extra gevoelig voor.
Philippe Denerolle en collega's lieten in een studie zien dat likgranuloom ook andere oorzaken kan hebben dan gedragsmatige. Ze stelden bij 6 honden een niet gedragsmatige oorzaak vast. De oorzaken die zij vonden waren lymphoom, een orthopedische pin in het been, pyoderma (een huidaandoening) mast cell tumor, leishmaniasis en sporotrichosis. Hoewel de oorzaak van likgranuloom dus vaak ligt in de situatie waarin de hond zich bevind en de daaruitvoortvloeiende stress is het ook goed mogelijk dat de oorzaak niet gedragsmatig is.

lick_granuloma


Bron:
Organic diseases mimicking acral lick dermatitis in six dogs.
J Am Anim Hosp Assoc. 2007 Jul-Aug;43(4):215-20.
Denerolle P, White SD, Taylor TS, Vandenabeele SI.

|

Minder stress bij honden door menselijk contact?

Asiels vormen een zeer stressvolle omgeving voor honden. Dit komt door de sociale isolatie en de nieuwe “vreemde” omgeving. Is dit op te lossen of te verminderen door contact met mensen?

beklik


Deze vraag stelde onderzoekers van de Colorado State University zich. Zij namen de proef op de som. Een groep honden kreeg 3 dagen na aankomst in het asiel 45 minuten contact met een verzorger. Er werden dan een aantal gehoorzaamheids oefeningen gedaan, de vacht werd verzorgd en de hond werd geaaid. Een andere groep honden ontving deze behandeling niet. Honden die contact konden maken met mensen hadden minder hoge stresshormoon (cortisol) niveaus in hun speeksel dan honden die geen contact met mensen konden maken. Dit was niet afhankelijk van het ras of de leeftijd of sexe van de hond. 45 minuten contact kan dus veel verschil maken voor het welzijn van de hond in een asiel. Deze 45 minuten “contact” tijd kan ook nog eens goed worden gebruikt om het temperament van de hond vast te stellen om een goed passend adoptie adres te vinden.


Bron:
Human interaction and cortisol: Can human contact reduce for shelter dogs?
Crista L. Coppola, Temple Grandin, R. Mark Enns
Physiology & Behavior 87 (2006) 537 – 541

|

Wie steunt een hond met stress bij onweer?

Sommige honden zijn erg bang voor onweer. Wanneer het weer verandert
worden ze al zenuwachtig en wanneer het onweer losbast raken ze
compleet in paniek. Een heel vervelend probleem voor in de eerste
plaats de hond zelf maar ook voor de eigenaar. Waar komt deze angst
vandaan wat kun je er aan doen en wat moet je doen. Soms wordt beweerd
dat het allemaal de schuld van de eigenaar is. Door de hond maar te
troosten wanneer hij schrikt van de donder wordt het angstgedrag
beloond en ontstaat een geconditioneerde angst die vervolgens weer
wordt versterkt door het troosten van de hond tijdens het onweer. Maar
wat moet je dan? Je hond is doodsbang en jij als roedelleider bent dan
niet beschikbaar? Je geeft niet thuis, bang om angst te belonen? En als
ie dan toch bang blijft? Moeilijk.


hond-en-onweer


Omdat lang niet alle vragen hierover zo eenvoudig te beantwoorden zijn
is het goed dat er een onderzoek naar dit onderwerp is gedaan door
Nancy A. Dreschel en Douglas A. Granger. Zij onderzochten honden met
angst voor onweer en hun eigenaar. Hond en eigenaar kregen
geluidsopnamen van onweer te horen op een hoog volume. Het gedrag van
de honden en de eigenaar werd bestudeerd en er werd cortisol
(stresshormoon) gemeten in het speeksel van beiden. In enkele gevallen
ging het om een situatie met meerdere honden per huishouden waarvan er
een angstig was voor onweer. De eigenaren hadden allemaal zo hun
eigen manier van reageren op hun angstige hond. De een negeerde z'n
hond voornamelijk de ander praatte veel tegen de hond. Een aantal mensen
aaide de hond regelmatig of probeerde de hond bij zich te houden
terwijl ze op de grond zaten.

Alle honden die angst voor onweer hadden lieten dit gedragsmatig ook
zien. Hijgen, trillen, janken, heen en weer lopen, heel dicht bij de
eigenaar blijven, enz. De honden die angstig waren voor onweer lieten
ook een verhoogde afgifte van cortisol zien. De cortisol niveaus van
de eigenaar van deze honden bleef gelijk. Het maakte niet uit hoe de
eigenaar reageerde op de hond. Of hij nu aaide, negeerde of tegen hem
praatte het had geen effect op de cortisol niveaus van de hond.

Het angstige gedrag van de honden had dus geen effect op de
hoeveelheid stresshormoon van de eigenaar. Het gedrag van de eigenaar
had dus ook geen invloed op het cortisol niveau van de hond. Wat wel
opviel was dat de honden uit een huishouden met meerdere honden minder
verhoging van stresshormoon vertoonden dan honden uit een huishouden
met maar een hond. De aanwezigheid van een andere (niet angstige)
hond heeft dus blijkbaar meer invloed op het gehalte stresshormoon dan het gedrag van de eigenaar.

Hoewel we in de relatie mens-hond de rol van de mens als roedelleider als
heel belangrijk zien en de invloed van de eigenaar heel vaak als
essentieel voor het ontstaan en voortbestaan van bepaald gedrag
beschouwen, lijkt het er op dat de rol van een andere hond in een
huishouden in situaties van extreme angst wel eens belangrijker zou
kunnen zijn. Dit inzicht zou wel eens een andere invalshoek voor het
oplossen van aan angst gerelateerde problemen kunnen bieden.

Het onderzoek zou nog moeten worden uitgebeid en met grotere aantallen honden moeten worden opgezet om meer inzicht te kunnen krijgen in de
effecten van de eigenaar op de hond en honden op elkaar, maar dit is
toch wel stof tot nadenken.

Bron: Physiological and behavioral reactivity to stress
in thunderstorm-phobic dogs and their caregivers
Nancy A. Dreschel and Douglas A. Granger
Applied Animal Behaviour Science 95 (2005) 153–168

|