Grote namen uit de wetenschap
In hondentraining en het oplossen van probleemgedrag is het van belang dat de methodes en principes die gebruikt worden goed getest zijn en passen bij het betreffende dier. Een goede kennis van zowel het gedrag van honden als de manier waarop je gedrag kan veranderen is van groot belang. Op dit Zijspoor komen we een aantal wetenschappers tegen die van grote invloed zijn geweest op de huidige kennis van diergedrag en de manier waarop we diergedrag proberen te veranderen. Er zijn veel wetenschappers die hun steentje hebben bijgedragen en dit is maar een kleine greep om een aantal zeer belangerijke er uit te lichten.
Charles Darwin (1809-1882)
Charles Darwin werd geboren in Shrewsbury op 12 februari 1809. Als jongetje was Darwin geen uitblinker op school. Liever was hij bezig met het verzamelen van allerlei dingen uit de natuur en het spelen met honden. Later zou hij deze interesse in de natuur omzetten in nauwkeurige observaties en het nauwkeurig analyseren daarvan. Het was na zijn reis met de HMS Beagle naar de Galapagos-archipel, dat Darwin langzaam aan zijn theorie over het ontstaan der soorten ontwikkelde. In 1859 Kwam het boek "On the origin of species" uit. In dit boek komt Darwin met zijn theorie over het ontstaan van soorten en de overleving van de sterkste. Darwin zag dat sommige dieren in de natuur zich zeer specifiek hadden aangepast aan de omgeving. Hij zag bijvoorbeeld dat er op verschillende eilanden in de Galapagos vinken waren met kleine verschillen in de vorm van de snavel. Een wat dikkere sterkere snavel om sterke noten en zaden te kraken bij dieren die voornamelijk op de grond leefde, een wat dunnere snavel bij vinken die ook insecten aten. De snavel was dus aangepast aan het voedsel dat voorhanden was. Darwin bedacht dat dieren die een gunstige aanpassing hadden ondergaan beter instaat waren om hun jongen (die deze aanpassing weer erfden) groot te brengen Deze ideeën ware in die tijd nieuw en schokkend. In zijn boek: " Expressions of emotions in man and animals " komt Darwin ook nog met een aantal theorieën over het gedrag van mens en dier. Hoewel tegenwoordig zijn theorieën zijn aangepast en uitgebreid, was het oorspronkelijke werk van Charles Darwin van onschatbare waarde voor de huidige biologie.
Ivan Pavlov 1849 - 1936
Ivan Pavlov werd geboren in een klein dorpje in midden Rusland. Zijn familie zag hem graag priester worden. Na het lezen van het werk van Charles Darwin besloot Pavlov een wetenschappelijke carrière na te streven. Bij vele is Pavlov bekend om zijn ontdekking van de geconditioneerde reflex (signaal leren). Dit onderzoek begon echter als een studie naar het spijsverteringsproces bij honden. Doordat hij de hoeveelheid speeksel van de honden voor en na de maaltijden opving voor verder onderzoek, ontdekte Pavlov dat het zien en ruiken van voer tot een speekselvloed (kwijlen) leidde. Dit was geen onbekend verschijnsel. Maar hij ontdekte ook dat geluiden die gepaard gaan met het geven van voer eveneens tot een speekselvloed leidden, zonder dat het eten ook maar in de buurt hoefde te zijn. Vervolgens ging Pavlov door met het onderzoek naar dit verschijnsel. Hij gebruikte een bel vooraf gaand aan een maaltijd voor de hond. Na een tijdje was het luiden van de bel voldoende om de hond te laten kwijlen. Pavlov noemde dit de geconditioneerde reflex. (In tegenstelling tot een ongeconditioneerde reflex zoals b.v. je hand weg trekken als je je vingers brand). Tegenwoordig wordt naar dit leerprincipe ook wel verwezen als klassieke conditionering. Pavlov verwierf grote faam in eigen land maar ook wereldwijd. In 1904 kreeg hij de Nobel prijs voor fysiologie. In hondentraining wordt veelvuldig gebruikgemaakt van de klassieke conditionering. De meeste trainingen bestaan zelfs uit een combinatie van klassieke (Pavlov) en operante (Skinner) conditionering.
B.F. Skinner (1904-1990)
B. F. Skinner werd geboren in Susquehanna, Pennsylvania in de Verenigde Staten van Amerika. Als 24 jarige student studeerde Skinner op het Psychology Department of Harvard University. Hier bouwde hij zijn eerste apparaten en zette zijn eerste gedragsexperimenten op. Uiteindelijk ontwikkelde hij een apparaat waarmee hij gedrag kon meten. Het bestond uit een kooi met een hefboompje daarin. Wanneer het hefboompje werd overgehaald kon hij dit registreren. In deze kooi zette Skinner een rat en ieder keer wanneer de rat het hefboompje overhaalde, kreeg de rat een stukje voer. Omdat iedere hefboom beweging werd geregistreerd kon Skinner later zien dat de rat steeds vaker het hefboompje ging overhalen. Zonder dat hiervoor een signaal gegeven hoefde te worden. Dit was nog nooit aangetoond. Tot nu toe waren de experimenten van Pavlov bekend en die lieten juist zien dat gedrag van dieren gekoppeld kon worden aan een bepaalde prikkel en los stond van het gevolg van het gedrag. Hier liet Skinner juist zien dat er geen prikkel nodig was maar dat het gedrag van de rat (het overhalen van de hefboom) alleen beïnvloed werd door het gevolg (het ontvangen van voer) van dat gedrag. Gedrag verandert ten gevolge van het effect en past zich daarmee aan de omgeving aan. Skinner noemde dit operant gedrag (het gedrag opereert op de omgeving). Het vormen van gedrag door steeds een bepaald gevolg aan dat gedrag te koppelen noemde hij operante conditionering. Makkelijker gezegd is B.F. Skinner de persoon geweest die leren door beloning wetenschappelijk heeft beschreven. In hondentraining vandaag de dag wordt voor een heel groot deel gebruik gemaakt van het operante conditioneren. Daarmee heeft het wetenschappelijke werk van B.F. Skinner een grote invloed op de huidige trainingsmethoden.
Karl von Frisch (1886-1982)
Karl von Frisch werd geboren
op 20 November 1886 in Wenen, Oostenrijk. In 1973 ontving
Karl von Frisch samen met Konrad Lorenz en Nico Tinbergen
de Nobel prijs in Fysiologie of Medicijnen. Dit was
opmerkelijk omdat zijn werk eigenlijk niet precies paste
onder het kopje fysiologie of medicijnen. Deze
onderzoeker bestudeerde namelijk het gedrag van bijen. In
zijn tijd was dit onderzoek eigenlijk een beetje een
ondergeschoven kindje. Groot was dan ook de verbazing in
de wetenschappelijke wereld toen von Frisch aantoonde dat
bijen beschikten over een uitgebreid en complex
communicatie systeem. Zijn bekendste werk gaat over de
dans die bijen uitvoeren om de plaats door te geven waar
goed voedsel te vinden is.
Het toekennen van de Nobel prijs was dan ook een
erkenning van deze nieuwe stroming in de biologie die de
ethologie (gedragsleer) heet. Door het opbloeien van de
ethologie is zeer veel ontdekt over aangeboren
gedragskenmerken en de ontwikkeling van sociaalgedrag van
diverse soorten. De bijdrage van Karl von Frisch aan de
wetenschap is zeer belangrijk voor onze huidige kennis
over diergedrag.
Konrad Lorenz (1903-1989)
Konrad Lorenz groeide op in Altenberg in Oostenrijk. Hij was van jongs af aan al geïnteresseerd in dieren en alles wat de natuur te bieden had. Hij heeft vele studies naar diergedrag uitgevoerd. Zijn bekendste bevindingen hebben betrekking op het instinct en het ontwikkelen van sociaal gedrag van dieren. Hij ontdekte dat bij eenden kuikens al heel vroeg in het leven door het imprinting proces hun sociale voorkeur wordt bepaald. Zijn verdere onderzoek richtte zich vooral op de mechanismen achter instinctmatige handelingen. Lorenz ontwikkelde een model voor motivatie wat meer inzicht verschaftte in het mechanisme dat zorgt voor het uitvoeren van een bepaald gedrag. In zijn model laat hij zien dat het al dan niet uitvoeren van een bepaald gedrag wordt bepaald door de balans tussen motivatie en externe prikkels. Ook heeft Lorenz onderzoek gedaan naar het proces achter agressie bij verschillende diersoorten. Konrad Lorenz is samen met Nico Tinbergen de oprichter van de huidige ethologie. In 1973 ontving Lorenz samen met Karl von Frisch en Nico Tinbergen de Nobel Prijs voor zijn werk.
Nico Tinbergen (1907-1988)
Nico Tinbergen werd 15 April
1907 geboren in den Haag. In 1936 ontmoette hij Konrad
Lorenz en werken zij een tijdlang samen. Nico Tinbergen
wordt alom geprezen voor de analytische en kritische
wijze waarop hij zijn onderzoek kon onderbouwen. Zijn
onderzoek richtte zich vooral op prikkels die dieren er
toe aanzetten een bepaald gedrag automatisch te vertonen.
Deze prikkels noemde hij sleutelprikkels. Wanneer een
dier een voor zijn soort specifieke sleutelprikkel
waarneemt, zal het automatisch een daaraan gekoppeld
gedragspatroon vertonen. Dit onderzoek heeft hij gedaan
met het stekelbaarsje. De rode buik van het stekelbaarsje
is een teken voor andere stekelbaars mannetje om meteen
aan te vallen. Maar een rode kurk heeft hetzelfde effect
op een stekelbaars mannetje. De rode kleur is hier de
sleutelprikkel. Ook heeft Tinbergen onderzoek gedaan naar
Sleutelprikkels bij meeuwen. Hierbij bleek dat een vlek
op een bepaalde vorm snavel de sleutelprikkel was voor
jongen om naar voedsel te bedelen. Tinbergen ontdekte dat
sommige kunst snavels met een bepaalde vorm en vlek een
reactie opriep die veel heftiger was dan bij een echte
snavel. Dit noemde hij een supranormale prikkel. Buiten
het wetenschappelijke werk en het samen met Lorenz
oprichten van de ethologie heeft Tinbergen ook nog een
aantal mooie films gemaakt over het gedrag van dieren.
Nico Tinbergen ontving samen met Karl von Frisch en
Konrad Lorenz de Nobel prijs voor de fysiologie in 1973.